Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Emigratie en immigratie

In tegenstelling tot de geleidelijke ontwikkelingen in de geboorte- en sterfteaantallen zijn de ontwikkelingen in migratie vrij grillig. Om dit grillige patroon beter te begrijpen dient men naar de twee componenten immigratie en emigratie te kijken.

Saldo van emigratie en immigratie

In de jaren vijftig kende Nederland nog een sterk negatief migratiesaldo. In de decennia daarna steeg het saldo geleidelijk naar 54.000 in 2000 waarna het daalde naar 35.000 in 2002.

Figuur: grafiek van het migratiesaldo van Nederland voor verschillende toekomstscenarios, 1950-2050.

Uit de grafiek blijkt dat het migratiesaldo voor de vier toekomstscenario's duidelijke verschillen laat zien. Voor de vier toekomstscenario's zijn de saldi in 2050:

Immigratie

De omvang van de jaarlijkse immigratiestromen wordt beïnvloed door factoren als de economische ontwikkeling en het migratiebeleid. Het effect van deze factoren is verschillend voor de verschillende typen van migranten (zie onderaan).

Figuur: grafiek van de ontwikkleing van het aantal immigranten naar Nederland voor verschillende toekomstscenarios, 1950-2050.

Emigratie

De omvang van de jaarlijkse emigratiestromen wordt beïnvloed door factoren als de economische ontwikkeling en de grootte van allochtonengroepen in Nederland (waarvan een gedeelte naar het geboorteland terugkeert).

Grafiek van de ontwikkeling van het aantal emigranten voor Nederland voor verschillende toekomstscenarios, 1950-2050.

Verschillende typen migranten (migratiemotieven)

Arbeidsmigranten: zijn personen die vanwege economische omstandigheden migreren. De omvang van de stroom arbeidsmigranten is onder meer een functie van welvaartsverschillen tussen landen: hoe groter het verschil en hoe groter de aantrekkelijkheid hoe groter de motivatie van mensen om te migreren.

Asielmigranten: zijn personen die vanwege politieke omstandigheden migreren. De komst van asielzoekers is een relatief recent verschijnsel in Europa. Sinds het begin van de jaren tachtig is het aantal asielzoekers in de Europese Unie verviervoudigd. In 1992 werd een piek bereikt van bijna 700 duizend personen. Hierna nam het aantal asielzoekers weer af als gevolg van een strikter overheidsbeleid gericht op het beteugelen van de instroom van asielzoekers.

Gezinsherenigers: zijn vooral vrouwen en kinderen die immigreren om zich te voegen bij hun partner die eerder als gastarbeider of vluchteling zijn gekomen.

Gezinsvormers: zijn migranten die huwen met een partner die in Nederland woonachtig is. In het merendeel is er sprake van tweede-generatie allochtonen die een partner trouwen die afkomstig is uit het land van herkomst van hun ouders.

Tabel: Migratie naar motief in 2050 per scenario (in 1000 tallen)
Scenario Arbeid Asiel Gezin Overig
Global Economy 27 6 18 -1
Strong Europe 1 6 29 -1
Regional Communities -6 4 14 -2
Transatlantic Market 12 4 10 -1