Inleiding stikstofdoxide

Stikstofdioxide (NO2) is een vorm van gasvormige luchtverontreiniging. Er zijn Europese luchtkwaliteitsdoelstellingen voor stikstofdioxide. Zo is er een grenswaarde van 40 µg NO2/m³ voor de jaargemiddelde concentratie. Aan deze norm moet in 2010 voldaan zijn. De jaargemiddelde concentraties bleven de afgelopen jaren in het overgrote deel van Nederland onder de norm.

Stikstofdioxide staat voor meer

Effecten van verkeersgerelateerde emissies op de gezondheid worden steeds aannemelijker. Er zijn blootstellingseffectrelaties met stikstofdioxide als indicator gevonden. Het is echter niet waarschijnlijk dat stikstofdioxide bij de huidige concentraties in de buitenlucht, zowel na kortdurende als langdurende blootstelling, ernstige gezondheidseffecten veroorzaakt. De algemene opvatting is dat stikstofdioxide eerder gezien moet worden als indicator voor verkeersgerelateerde (deeltjesvormige) luchtverontreiniging, die vermoedelijk wel gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Ook draagt stikstofdioxide als precursor bij aan ozonvorming op leefniveau.

Vooral langs drukke wegen problemen

Nederland voldoet niet aan alle Europese luchtkwalteitsnormen voor stikstofdioxide. Overschrijdingen van de grenswaarde voor het jaargemiddelde treden op langs drukke verkeerswegen en incidenteel ook nog op andere locaties in grote steden die niet gelegen zijn in een drukke verkeersstraat of nabij een snelweg. De hoogst gemeten concentraties worden waargenomen op de zogenaamde straatstations. Zo lag in 2007 in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) op bijna de helft van de straatstations de jaargemiddelde concentratie boven de grenswaarde van 40 µg/m³.

Nederland is niet het enige land met problemen

Nederland is overigens niet het enige land dat moeite heeft om te voldoen aan de grenswaarde voor het jaargemiddelde. Metingen wijzen uit dat ook in steden in andere Europese landen overschrijdingen van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide optreden.

Regelgeving en ruimtelijke ontwikkelingen

De afgelopen jaren hebben de overschrijdingen van de grenswaarde door de strikte koppeling in Nederland tussen luchtkwaliteit en ruimtelijke activiteiten verstrekkende consequenties gehad voor bouwprojecten, waaronder het stilleggen van bouwprojecten. Via een wijziging van de Wet milieubeheer heeft het kabinet toetsing van individuele projecten vervangen door collectieve toetsing van projecten op programmaniveau, waarmee de koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en luchtkwaliteit flexibeler is gemaakt.

Problemen oplossen

Naast maatregelen op EU-niveau, kunnen nationale maatregelen ook bijdragen aan de oplossing van het stikstofdioxideprobleem. Landelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld stimuleren van schoner wegverkeer, rekeningrijden, en NOx-emissiehandel. Voorbeelden van regionaal realiseerbare maatregelen zijn betaald parkeren, carpoolpleinen en gedeeld autogebruik, verbetering van het openbaar vervoer, gratis openbaar vervoer, heffing op de toegang tot steden en inrichting van stadsdistributiecentra. Locatiespecifieke beleidsmaatregelen zijn gericht op het oplossen van een specifiek knelpunt. Het kan hierbij gaan om maatregelen als eenrichtingverkeer, groene golf, milieuzones, snelheidsbeperking en aanpassingen aan gevels.

De rol van het PBL

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is nauw betrokken bij de verkenning van ontwikkelingen op het gebied van stikstofdioxide. Dit heeft onder andere betrekking op de (Europese) luchtkwaliteitsregelgeving, evaluatie van bestaand en voorgenomen beleid en de productie van de Grootschalige Concentratiekaarten voor luchtverontreiniging in Nederland (GCN).