Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Voorkomen van wereldwijde degradatie land en natuur draagt bij aan ons welbevinden

Nieuwsbericht | 25-03-2018

Ons welbevinden staat onder druk door de wereldwijde degradatie van land en natuur. Alhoewel het tij nog te keren is, wordt gevreesd voor verdere achteruitgang in de komende decennia. Dat concludeert het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES), dat onder de vlag van de Verenigde Naties opereert.

3 jaar lang werkten zo’n 550 onderzoekers, waaronder van het PBL, Universiteit Leiden en Universiteit Twente, binnen IPBES aan het inzichtelijk maken van de impact van landdegradatie. De eindresultaten zijn deze week bekrachtigd door vertegenwoordigers van de 129 deelnemende landen op de conferentie in Medellín, Colombia.

De inzichten over de effecten van de mens op onder meer land, natuur, voedsel, water, energie en klimaat zijn vastgelegd in 4 rapporten over Azië, Afrika, Amerika, Europa/Centraal Azië en een mondiaal rapport over landdegradatie en -restauratie.

Druk op land en natuur

De druk op land en natuur zal toenemen door een ongekend snelle groei van de wereldbevolking van 7 naar 10 miljard en een verdubbeling van de consumptie per hoofd tot 2050. De zorgen over de houdbaarheid van deze ontwikkeling is de aanleiding van dit grootschalige onderzoek, ingezet door het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES), onderdeel van de Verenigde Naties.

Om aan de groeiende consumptie te kunnen voldoen, wordt een steeds groter deel van land omgezet in landbouw, veeteelt, bosbouw, energie plantages, steden en wegen. Dat heeft tot gevolg dat natuurlijke ecosystemen verloren gaan en biodiversiteit afneemt.

Combinatie van problemen funest

Beide ontwikkelingen dragen verder bij aan klimaatverandering en ondermijnen op de middellange termijn voedselopbrengsten, waterbeschikbaarheid, energie en bescherming tegen overstromingen en droogte. Deze ontwikkelingen kunnen op hun beurt weer leiden tot maatschappelijke instabliliteit.

'Dit laatste scenario is zeker denkbaar voor gebieden die met een combinatie van grote problemen te maken krijgen zoals relatief grote bevolkingsgroei, armoede, klimaatverandering, landdegradatie, beperkte reserve aan geschikte productiegronden, droogte, interne spanningen en zwakke economieën en overheden. Dit speelt vooral in landen in zuidelijk Azië, Midden-Oosten en Afrika', legt Ben ten Brink van het PBL uit.

Het herstellen van land en natuur is tijd- en geldrovend en bovendien complex. Op basis van hun onderzoek stellen de beleidsmakers daarom voor meer in te zetten op het voorkomen van degradatie. Kansrijke oplossingsrichtingen zien de onderzoekers in maatregelen in de bevolkingsontwikkeling, consumptie van vlees en energie, schone en efficiëntere productieverhoging van voedsel en hout per ha, beperken van bio-energie, mobiliteit, tegengaan van verspilling, landrestauratie, en het uitbreiden van beschermde gebieden.

Europees en Nederlands perspectief

Hoewel degradatie van natuur en land een globaal probleem is, raakt het niet alle landen en continenten in dezelfde intensiteit. Doorgaans worden regio’s die ook onder sociaal en economische druk staan harder getroffen dan de meer welvarende regio’s. Maar ook in Europa en Nederland heeft het tastbare gevolgen behalve klimaatverandering en migratiestromen.

'In Nederland zijn we heel erg afhankelijk van de natuur, maar eigenlijk voelen we dat te weinig', stelt UT-onderzoeker Wieteke Willemen. 'We zijn inmiddels zo goed in het importeren in een globaliserende economie dat we de effecten van degradatie van de leefomgeving maar beperkt voelen. Mochten gebieden uitvallen dan worden de handelsstromen gewoon verlegd naar andere gebieden. Maar er zijn ook tastbare effecten. Het inklinken van onze veenbodems door wateronttrekking is ook een vorm van landdegradatie. Grote hoeveelheden van het broeikasgas CO2 komen daarbij vrij en dragen bij aan klimaatverandering. Bij verdergaande verzakking zullen de bodems uiteindelijk verzilten door zout grondwater en gaat kostbaar landbouwgrond verloren. Daar heeft Nederland een verantwoordelijkheid.'

Ondanks pogingen om degradatie van land en natuur tegen te gaan in Europa, is de biodiversiteit verder achteruitgegaan en is het areaal van natuurlijke ecosystemen verder afgenomen. Deze afname wordt in verband gebracht met klimaatverandering, maar het effect wordt verder versterkt door vervuiling, verstedelijking, landgebruiksverandering en fragmentatie van habitats.

'De afname van natuurlijke ecosystemen is nauw verbonden aan onze focus op productie natuurlijke hulpbronnen. Deze afname heeft er bovendien toe geleid dat natuurlijke bestuiving en waterzuivering zijn afgenomen en de schade van overstromingen is toegenomen in Europa', aldus Alexander van Oudenhoven, onderzoeker van de Universiteit Leiden. 'Maar het niet duurzaam beheren van de natuur in onze leefomgeving heeft ook immateriële gevolgen, bijvoorbeeld in de vorm van afnemende kennis over de natuur, beperkte mogelijkheden voor recreatie in het groen, en zelfs voor afnemende fysieke en psychische gezondheid.'

Uitwerking in beleid

Echter, het rapport biedt ook hoop, omdat het laat zien dat effectief beleid op kleinere schaal heeft geleid tot verbeterde waterkwaliteit en beperkt overstromingsgevaar. Zo ondervindt Nederland relatief minder schade tijdens intensieve regenval en hoog water vergeleken met landen in Centraal Europa, waar de natuur meer ingeperkt wordt en weinig ruimte voor rivieren gecreëerd wordt.   

De IPBES assessments moeten, net als bij het oudere zusje IPCC, uiteindelijk hun uitwerking vinden in internationaal en nationaal beleid, ook in Nederland.

De aanbevelingen vanuit de IPBES lijken net als de IPCC zeer serieus genomen te worden. Zo leidde een rapport over bestuivers tot wereldwijde actie voor de instandhouding en versterking van de bijenstand en andere bestuivers.

 

Contact

Voor meer informatie: Mieke Berkers (woordvoerder) via persvoorlichting@pbl.nl.