Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Bio-energie op lange termijn kansrijk

Persbericht | 05-06-2008

Op lange termijn (2050) heeft bio-energie een aanzienlijke potentiële bijdrage aan het mondiale energiegebruik. Mogelijk kan 25-40% van de toekomstige wereldenergievraag geproduceerd worden door benutting van reststromen en door teelt van gewassen. Hierbij is rekening gehouden met beperking van nadelige effecten op voedselvoorziening, natuurreservaten en beschikbaarheid van water. De uitdaging is om deze hoge potentie op een duurzame manier te benutten. Dat blijkt uit de studie “Assessment of Global Biomass potentials and their links to food, water, biodiversity, energy demand and economy”, die vandaag verschijnt in opdracht van het programma Wetenschappelijke Assessment en Beleidsanalyse Klimaatverandering (WAB).

Potentie bio-energie bijgesteld

De afgelopen maanden staat bio-energie volop in de discussie, met name door de Europese beleidsdoelen voor hernieuwbare energie in 2020. Vandaag eindigt de driedaagse top in Rome van de VN Voedsel- en Landbouworganisatie FAO, waarin de uitdagingen en gevolgen van klimaatverandering en bio-energie voor voedselzekerheid worden besproken. Bio-energie blijkt in veel potentieelstudies een belangrijke optie voor duurzame energie. In de huidige Bio-energie assessment is rekening gehouden met waterschaarste, behoud van natuurgebieden en voedselproductie. Hierdoor valt het potentieel dat in verschillende studies is bepaald voor energiegewassen een stuk lager uit: rond de 120-250 EJ per jaar. Hierbij komt nog zo’n 100-200 EJ uit reststromen. Dat is energie opgewekt uit agrarische restproducten, zoals stro en afval uit bossen. De wereldwijde vraag naar energie is momenteel circa 500 EJ.

Niet alle duurzaamheidscriteria meegenomen

De studie maakt een eerste inschatting van de complexe verbindingen tussen verschillende duurzaamheidscriteria, vooral vanuit een biofysisch perspectief. Sociale, wettelijke en institutionele aspecten van de benutting van bio-energie maakten geen deel uit van deze studie. Daarnaast is ook geen rekening gehouden met de economische relatie tussen bio-energie en voedselzekerheid (via voedselprijzen). Als dergelijke belangrijke factoren zouden worden meegenomen, valt de werkelijk beschikbare bio-energie naar verwachting wat lager uit dan de technische schattingen die in deze studie zijn opgenomen.

Biodiversiteit

Grootschalige teelt van gewassen voor bio-energie heeft op korte termijn een negatieve impact op biodiversiteit. Op langere termijn is het effect onduidelijk door de verminderde temperatuurstijging als gevolg van het gebruik van bio-energie. Op de lokale schaal hangen de effecten af van het vroegere landgebruik en het type bio-energiegewassen die worden geteeld. Om de gevolgen van het stellen van biodiversiteitscriteria op het duurzame potentieel beter te kunnen analyseren, is het nodig dat in beleidsvoorstellen beter wordt aangegeven wat de ambitie is voor de verschillende typen biodiversiteit.

Verhoging landbouwproductie

Uit de Bio-energie assessment blijkt dat een verhoging van de productiviteit in de landbouw een cruciale factor is om efficiënter met land om te gaan en daarmee de kans op concurrentie tussen voedsel en energie te verkleinen en hogere voedselprijzen te voorkomen. Ook bevestigt deze studie dat eenjarige voedselgewassen niet erg geschikt zijn als voornaamste bron voor biobrandstoffen, zowel wat betreft de omvang van hun potentiële productie als het kunnen voldoen aan een brede waaier van duurzaamheidcriteria. Meerjarige gewassen kunnen ook op meer marginale en gedegradeerde gronden worden geteeld, hoewel ze daar een lagere opbrengst zullen hebben. Onderzoek en demonstratieprojecten zijn echter nodig om duurzame systemen te ontwikkelen die geschikt zijn voor verschillende teeltcondities over de wereld, met een grotere rol voor de bestaande, veelal kleinschalige, lokale productie. Op die manier is er ook een grotere kans dat het lange termijn potentieel aan bio-energie op een duurzame manier zal worden benut.

Wat is WAB?

Het Planbureau voor de Leefomgeving coördineert voor het Ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) het programma Wetenschappelijke Assessment en Beleidsanalyse klimaatverandering (WAB). Dit programma brengt relevante wetenschappelijke informatie bijeen en evalueert deze informatie ten behoeve van beleidsontwikkeling en besluitvorming op het terrein van klimaatverandering. Daarnaast worden binnen het WAB voornemens en besluiten in het kader van de internationale klimaatonderhandelingen op hun consequenties geanalyseerd.

WAB bestaat uit een consortium van Nederlandse onderzoeksinstituten: Universiteit Utrecht, Wageningen UR, Energieonderzoek Centrum Nederland, Planbureau voor de Leefomgeving, Vrije Universiteit Amsterdam, International Centre for Integrated assessment and Sustainable development (Univerisiteit Maastricht) en het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut.

Links

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Persvoorlichting (070-3288688 of persvoorlichting@pbl.nl).