Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Prijzen en crisis verminderen aardolieverbruik en verminderen groei kolenverbruik; mondiale CO2-emissies: jaarlijkse stijging gehalveerd in 2008

Persbericht | 24-06-2009

De zeer hoge olieprijzen tot aan de zomer van 2008 en de wereldwijde financiële crisis hebben gezorgd voor een halvering van de jaarlijkse toename in de mondiale uitstoot van kooldioxide (CO2) door het gebruik van aardolie, steenkolen en gas en van cementproductie. De emissies zijn in 2008 gestegen met 1,7%, tegenover 3,3% in 2007. Sinds 2002 was de jaarlijkse toename circa 4%. Naast de hoge olieprijzen en de financiële crisis droegen ook de toename in het gebruik van hernieuwbare energie, zoals biobrandstoffen in wegtransport en elektriciteitsopwekking door windenergie, significant bij aan de lagere groei van de CO2-emissies. Deze gegevens zijn gebaseerd op voorlopige schattingen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), op basis van recent gepubliceerde energiestatistieken van BP (British Petroleum).

CO2-emissies van ontwikkelingslanden overtreffen die van industrielanden

De mondiale CO2-emissies stegen van 15,3 miljard ton in 1970, via 22,5 miljard ton in 1990 naar 31,5 miljard ton in 2008. Dit betekent een stijging van 41% sinds 1990. Voor het eerst in de geschiedenis – terwijl de wereld zich voorbereidt op de klimaattop van de VN in Kopenhagen – is het aandeel van ontwikkelingslanden in de mondiale CO2-uitstoot iets hoger (50,3%) dan dat van de industrielanden (46,6%) en de internationale transportsector (3,2%) tezamen.

Figuur: grafiek mondiale emissie CO2 per regio door gebruik fossiele brandstoffen en cementproductie 1990-2008; CO2-emissies van ontwikkelingslanden overtreffen die van industrielanden (PBL)

Oliegebruik gedaald met één procent door hoge prijzen en meer biobrandstoffen

De geringere toename in CO2-emissies is grotendeels het gevolg van een afname van ongeveer 0,6% in het mondiale gebruik van olieproducten. Voor het eerst sinds 1992 neemt dit af. Vooral in de Verenigde Staten, waar benzineprijzen bijna zijn verdubbeld in de zomer van 2008 ten opzichte van 2007, is het aardoliegebruik met 7% aanzienlijk verminderd. Het aardoliegebruik in China nam in 2008 toe met 3%, volgens de cijfers van BP, hetgeen een daling betekent ten opzichte van de 5% in 2007 en de 8% gemiddeld sinds 2001. Een toename in het gebruik van biobrandstoffen, zoals bio-ethanol en biodiesel, heeft circa 0,3% bijgedragen aan de mondiale daling van het oliegebruik. En wanneer 2008 geen schrikkeljaar was geweest – dus zonder die extra dag – dan waren het brandstofgebruik en de emissies zelfs nog 0,3 tot 0,4% lager geweest.

Steenkoolgebruik: minder gestegen door recessie en hernieuwbare elektriciteit

De mondiale emissies door gebruik van steenkool zijn gestegen met 3,5%, hetgeen minder is dan in voorgaande jaren toen de jaarlijkse stijging rond de 5% lag. Deze lagere stijging was waarschijnlijk het gevolg van hoge brandstofprijzen, het Europese emissiehandelssysteem (EU-ETS) en de mondiale recessie die vorig jaar na de zomer begon. Wereldwijd vindt driekwart van het steenkolengebruik plaats in de elektriciteitsproductie en één kwart in de ijzer- en staalproductie. Vooral de staalproductie toonde in 2008 een lagere mondiale toename van 2% tegen circa 8% in de jaren sinds 2002. Dit had een grote daling van de staalproductie tot gevolg in China zowel als in de VS. In Europa was de uitstoot vanuit de “ETS”-sector 3% lager in 2008, voornamelijk veroorzaakt door een daling in de emissies van elektriciteitscentrales. Voor mondiale CO2-emissies van gasgebruik, met een stijging van bijna 3% in 2008, was de trend niet veel anders dan in voorgaande jaren.

Biobrandstoffen en andere hernieuwbare energiebronnen hebben effect op trend

Het toegenomen gebruik van nieuwe hernieuwbare energiebronnen, zoals windenergie en biobrandstoffen, begint nu een duidelijk effect te hebben op de mondiale trend in CO2-emissies. In de VS en de EU-15 landen is het aandeel van ethanolbrandstof en biodiesel in het wegtransport in 2008 toegenomen met ongeveer één procent. Ook in China worden steeds meer biobrandstoffen gebruikt in het wegtransport. In 2008 was het aandeel van biobrandstoffen in het mondiaal brandstofgebruik door wegtransport ongeveer 2,5%. Hierdoor werden de CO2-emissies, die anders door verbranding van gewone benzine en diesel worden uitgestoten, bruto met meer dan 100 miljoen ton verminderd. Windenergie is een andere hernieuwbare energiebron waarvan de productie wereldwijd zeer sterk toeneemt. De mondiale productiecapaciteit van windenergie nam in 2008 met bijna 30% toe en in China en de VS was dit respectievelijk 100 en 50%. Volgens een recente publicatie van UNEP (United Nations Environment Programme) was 2008 het eerste jaar waarin investeringen in elektriciteitsopwekking met hernieuwbare energie groter waren dan in fossiele brandstoftechnologieën. Hernieuwbare energie droeg in 2008 4,4% bij aan de mondiale energieopwekking, grootschalige waterkrachtcentrales niet meegerekend. Dat is een half procentpunt méér dan in 2007. Hiermee werden circa 500 miljoen ton aan CO2-emissies door fossiele brandstoffen voorkomen.

Trends in the VS, de Europese Unie, China, Rusland en India

In totaal daalden de CO2-emissies van de VS en de Europese Unie in 2008 met respectievelijk circa 3 en 1,5%. Hoewel voor de Chinese emissies nog altijd een stijging van 6% wordt berekend, was dit de laagste toename sinds 2001. De emissies van cementproductie in China vertoonden met een 2,5% stijging in 2008 een vergelijkbaar patroon,– een daling ten opzichte van de 9,5% in 2007. De dalende toename van China’s emissies passen in het beeld sinds 2004, waarin deze emissies stegen met 17%. Kleinere bijdragen aan de toenemende mondiale emissies kwamen van India en Rusland, met stijgingen van respectievelijk 7 en 2%.

Sinds 1990 zijn de CO2-emissies in China gestegen van 2 naar 5,5 ton CO2 per persoon terwijl zij in de EU-15 landen en de VS zijn gedaald van respectievelijk 9 naar 8,5 ton en van 19,5 naar 18,5 ton. Deze veranderingen zijn het gevolg van de snelle economische ontwikkeling in China en van structurele veranderingen in nationale en mondiale economieën en van de effecten van het gevoerde klimaat- en energiebeleid.

Aandeel van ontwikkelingslanden in CO2-uitstoot bedraagt 50%

Ongeveer driekwart van de mondiale uitstoot van broeikasgassen wordt gevormd door het meest voorkomende broeikasgas koolstofdioxide. In 2008 was het aandeel in de CO2-emissies van ontwikkelingslanden met 50,3% voor het eerst in de geschiedenis net boven dat van de industrielanden (46,6%) en internationaal transport (3,2%) tezamen. De energiedata van BP laten hetzelfde patroon zien; in 2008 steeg het primaire energiegebruik in ontwikkelingslanden voor het eerst boven dat van de industrielanden. Hierin zijn de CO2-emissies van bos- en veenbranden niet meegenomen, die voor het merendeel plaatsvinden in ontwikkelingslanden. Als die worden meegeteld dan verhogen ze het mondiale CO2-emissietotaal dat wij hier beschouwen met 20%, hoewel de uitstoot jaarlijks sterk kan fluctueren en ook een hoge mate van onzekerheid kent.

Voor dit PBL-onderzoek zijn landelijke emissiedata tot en met 2005 gebruikt van EDGAR – een samenwerkingsproject van het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In het persbericht over EDGAR 4.0, dat werd uitgebracht door JRC en PBL in mei werd geconcludeerd dat als de andere broeikasgassen zoals methaan en lachgas ook werden meegenomen, het moment waarop de uitstoot van ontwikkelingslanden groter was dan die van de industrielanden al in 2004 plaatsvond, dankzij het grotere aandeel van ontwikkelingslanden in de niet-CO2 gassen.

Terwijl de voorbereidingen plaatsvinden voor de internationale klimaattop van de Verenigde Naties (Conference of Parties, COP15) in Kopenhagen is een mondiaal perspectief op historische en huidige trends van broeikasgasemissies in zowel ontwikkelingslanden als industrielanden van groot belang voor alle betrokken partijen.

Links

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Persvoorlichting (070-3288688 of persvoorlichting@pbl.nl).