Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Kansen voor EHS onbenut. Decentralisatie natuurbeleid nog geen succes

Persbericht | 09-09-2009

De aankoop van nieuwe natuur voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) stagneert. Er wordt te weinig grond aangekocht voor nieuwe natuur terwijl de herinrichting voor de wel verworven gronden achterblijft. Ook de bijdrage aan de EHS door agrariërs en particulieren blijft achter. Bovendien zijn de verbindingen die de EHS-gebieden tot een samenhangend netwerk van natuurgebieden moeten maken, nog niet overal duidelijk begrensd. Toch zijn er kansen om de EHS te realiseren als de overheid prioriteit geeft aan het vergroten en verbinden van natuurgebieden, als ruilgronden beter worden ingezet en als er heldere en werkbare afspraken komen tussen het Rijk en de provincies. Dat blijkt uit de Natuurbalans 2009 van het Planbureau voor de Leefomgeving, die vandaag is aangeboden aan minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Prioriteit aan deltanatuur

De effectiviteit en de doelmatigheid van het natuurbeleid kan toenemen als natuurgebieden worden vergroot en beter met elkaar worden verbonden. Alleen zo kunnen de negatieve effecten van versnippering en milieudruk in de natuur afnemen. Ook wordt de natuur hierdoor klimaatbestendiger. Een optie is om daarbij prioriteit te geven aan de specifieke deltanatuur: natuur waar droge en natte gebieden voorkomen en waar zoete en zoute water elkaar soms raken. Deze unieke natuur komt voort uit de bijzondere ligging van ons land in een rivierdelta. Het gaat dan bijvoorbeeld om duinen, natte heiden, laagveen, meren, moerassen, beken en ondiepe zeenatuur. Deze natuur is relatief bestendig tegen milieudruk en klimaatverandering. Bovendien komen er bijzondere planten- en diersoorten voor, die Nederland in het kader van de Natura 2000-richtlijn verplicht is te beschermen, zoals bevers, otters, zeehonden en kustbroedvogels.

Ruilgronden

De oppervlakte natuurgebied is minder gegroeid dan mogelijk zou zijn met de gronden die de provincies voor natuurdoelen hebben aangekocht. Er is inmiddels ongeveer 29.000 hectare aan zogenoemde ruilgrond aangekocht, maar deze ruilgronden liggen vaak niet op de juiste locatie. De gronden daadwerkelijk ruilen of op de juiste locatie grond aankopen blijkt in de praktijk echter moeilijk. Hoewel vrijwillige grondverwerving op dit moment de norm is voor de EHS, zouden provincies kunnen overwegen om vaker dwingende instrumenten in te zetten, zoals volledige schadeloosstelling gekoppeld aan onteigening. Hiermee ontstaan kansen om het tempo waarin de EHS wordt gerealiseerd, uit te breiden.

Decentralisatie natuurbeleid vraagt om heldere afspraken

De decentralisatieafspraken tussen het Rijk en de provincies als invulling van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG ) zijn een goede stap in het natuur- en landschapsbeleid. Maar om de natuur- en landschapsdoelen daadwerkelijk te realiseren zijn meer heldere en werkbare afspraken nodig die zowel de rijksdoelen borgen als ruimte laten voor doelen op gebiedsniveau. Nu wordt de besluitvormingsruimte van de provincies nog beperkt door gedetailleerde regels vanuit het Rijk. Zo heeft het Rijk veel geld geoormerkt voor specifieke doelen zoals natte natuur, nieuwe natuur en robuuste verbindingszones. Deze doelen kunnen elk voor zich helder zijn, maar ze zijn niet of nauwelijks te realiseren in één gebied of in elkaars nabijheid. Dit komt een eenvoudige en slagvaardige uitvoering van het beleid niet ten goede. Omgekeerd hebben provincies kansen laten liggen. Ze hebben hun werkwijze veelal niet aangepast aan de kansen die het ILG biedt. Integrale projecten worden binnen de provincies in kleinere stukjes gehakt. Daardoor ligt verkokering op de loer.

Lokaal gaat het goed met de natuur

Ondanks de druk op de ruimte door verstedelijking is er de afgelopen jaren meer natuur gekomen in Nederland. Bovendien verbetert binnen de delen van de EHS die al gerealiseerd zijn, lokaal de kwaliteit van de natuur. Planten- en diersoorten die een klein leefgebied nodig hebben, profiteren al van de nieuwe natuur in de Ecologische Hoofdstructuur; met hen gaat het goed. Het gaat ook goed met soorten die in gebieden voorkomen waar de milieuomstandigheden zijn verbeterd, zoals duinen en bossen. Maar het gaat niet goed met natuurtypen en soorten die gevoelig zijn voor versnippering en milieudruk zoals heide en hoogveen. Ook neemt de natuurkwaliteit van het agrarisch gebied af. De Rode Lijsten waarop de bedreigde soorten zijn opgenomen, zijn langer en ‘roder’ geworden. Dat betekent dat er meer bedreigde soorten zijn bijgekomen en dat de soorten die erop staan, nog steeds achteruit gaan.

De Natuurbalans evalueert het gevoerde beleid

De Natuurbalans is de bij wet gevraagde evaluatie van het natuurbeleid die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) jaarlijks uitbrengt. Het belangrijkste doel van de Natuurbalans is om politici, beleidsmakers en het grote publiek te informeren over de ontwikkelingen in de kwaliteit van de natuur en het landschap. In de Natuurbalans plaatst het PBL deze ontwikkelingen in het licht van het gevoerde beleid. Het thema van de Natuurbalans 2009 is 'biodiversiteit en het landelijk gebied'. Ook is er aandacht voor het beleidsprogramma 'Mooi Nederland'. Dit jaar bevat de Natuurbalans voor het eerst ook suggesties wat de overheid kan doen om de geconstateerde op te lossen of te verminderen.

Links

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Persvoorlichting (070-3288688 of persvoorlichting@pbl.nl).