Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Strenge winters blijven mogelijk in opwarmend klimaat

Persbericht | 01-02-2010

In Nederland is de gemiddelde wintertemperatuur minder snel gestegen dan de temperatuur voor andere seizoenen. Zo is de winter de afgelopen honderd jaar gemiddeld 1,2 graden warmer geworden, en de zomer 2,2 graden. Bovendien waren de temperatuurverschillen tussen opeenvolgende winters veel groter dan die tussen andere seizoenen. Dat kan verklaren waarom strenge winters zoals de huidige ook in een opwarmend klimaat mogelijk blijven.

Temperatuurstijging in winter is minder dan in andere seizoenen

In Nederland is de temperatuur de afgelopen eeuw met gemiddeld 1,8 graden gestegen. Dat is twee keer zo snel als de gemiddelde mondiale temperatuurstijging. Maar ook in dit relatief snel opwarmende Nederlandse klimaat kunnen strenge winters nog steeds voorkomen. Dit volgt uit een analyse die het Planbureau voor de Leefomgeving heeft gemaakt van de gemiddelde seizoenstemperaturen die de afgelopen eeuw in De Bilt werden gemeten: de winter werd 1,2 graden warmer, de herfst 1,5 graden, de lente 2,0 graden en de zomer zelfs 2,2 graden. Daarnaast blijkt dat de temperatuurverschillen tussen opeenvolgende winters veel groter zijn dan die tussen andere seizoenen.

Figuur: lijngrafiek elfstedentochtindicator: Gemiddelde temperatuur voorafgaande dagen elfstedentocht in de winter 1996/1997 vergeleken met 2009/2010; Winter 2010 nog niet koud genoeg voor een Elfstedentocht

Winter 2010 nog niet koud genoeg voor een Elfstedentocht

Uit een eerdere PBL-studie bleek dat de kans op een Elfstedentocht de afgelopen eeuw uiteenliep. In 1909 was die kans eens per vijf jaar, in 1950 was die eens per vier jaar, om vervolgens sterk af te nemen naar eens per 18 jaar in 2008. Overigens maken de eerder genoemde grote temperatuurverschillen tussen winters dat deze uitkomst tamelijk onzeker is; voor 2008 kan die uiteenlopen van eens per zeven jaar tot eens per 64 jaar.

De door het Planbureau ontwikkelde Elfstedentochtindicator wordt voor een bepaalde dag berekend door voor de vijftien voorafgaande dagen de gemiddelde temperatuur, gemeten in De Bilt, te middelen. Het blijkt dan dat de historische tochten steeds zijn doorgegaan als de Elfstedentochtindicator lager was dan -4,2 graden. Zo werd bijvoorbeeld de Elfstedentocht in 1997 verreden twee dagen nadat de grens van -4,2 graden was gepasseerd (zie grafiek). Op 13 januari 2010 bedroeg de Elfstedentochtindicator -2,0 graden, dat wil zeggen dat het die dag over een periode van vijftien dagen gemiddeld -2,0 graden was geweest. Dus nog ruim onvoldoende voor een Elfstedentocht.

Strenge winter doet niet af aan klimaatbeleid

De Europese Unie heeft zich ten doel gesteld de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot twee graden. Ook in het akkoord van Kopenhagen wordt deze tweegradendoelstelling genoemd. Om de tweegradendoelstelling met redelijke zekerheid te realiseren is het noodzakelijk dat de mondiale uitstoot van broeikasgassen in 2050 met minimaal 50 procent is verminderd, zo blijkt uit studies van het PBL en andere instituten. Twee koude winters op rij in Nederland of Noord-Europa doen daar niets aan af.

Er blijft hoop voor schaatsliefhebbers

Voor schaatsliefhebbers is er (voorlopig) dus nog hoop: de opwarming blijkt zich in Nederland tot op heden het minst te manifesteren in de winter. Bovendien is de winter het seizoen waarin de temperaturen het meest uiteenlopen. Vooral grote uitschieters naar beneden, dat wil zeggen strenge winters, blijven mogelijk. En al ziet de huidige verwachting er niet goed uit, laten schaatsliefhebbers voor dit jaar de maand februari afwachten: acht van de vijftien Elfstedentochten werden in deze maand verreden.

Links

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Persvoorlichting (070-3288688 of persvoorlichting@pbl.nl).