Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Doel klimaattop Kopenhagen dichterbij

Persbericht | 28-05-2010

Het Kopenhagen Akkoord blijkt wezenlijk bij te dragen aan de doelstelling om de opwarming van de aarde tot twee graden te beperken. Sinds de klimaattop hebben landen toezeggingen gedaan om hun uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Met deze toezeggingen zou maximaal zeventig procent van de noodzakelijke mondiale reductie van broeikasgasemissies worden gerealiseerd. Maar het risico is aanzienlijk dat de terugdringing lager uitvalt. Dat blijkt uit de studie 'Evaluation of the Copenhagen Accord: Chances and risks for the 2°C climate goal' die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) verrichtte in opdracht van de Europese Commissie.

Veel landen hebben inmiddels reducties toegezegd aan het klimaatbureau van de VN. De rijke, geïndustrialiseerde landen hebben nieuwe doelen voor het jaar 2020 geformuleerd. Nieuw is dat ook zeven snel groeiende ontwikkelingslanden (China, India, Brazilië, Mexico, Zuid-Afrika, Zuid-Korea en Indonesië) hun doelen in het Akkoord hebben gezet. Alle toezeggingen komen overeen met de aankondigingen die de landen in de aanloop van de top van Kopenhagen gedaan hadden.

Het PBL heeft becijferd dat deze toezeggingen bij elkaar opgeteld zorgen voor zestig tot zeventig procent van de mondiale emissiereductie die noodzakelijk is om op weg te blijven voor het halen van de 2-gradendoelstelling.

Als alle landen zich aan hun maximale toezeggingen houden, bedraagt de wereldwijde jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen in 2020 49 miljard ton. Zonder het Akkoord van Kopenhagen zou de uitstoot in 2020 oplopen tot 56 miljard ton. Het wetenschappelijke klimaatpanel IPCC gaat er vanuit dat de wereld in 2020 hooguit 44 tot 46 miljard ton mag uitstoten om binnen de 2-gradendoelstelling te blijven.

Tussen de toegezegde en de voor de doelstelling noodzakelijke terugdringing van broeikasgassen zit een verschil van 3 tot 5 miljard ton. Het PBL heeft een aantal maatregelen doorgerekend, die samen zouden volstaan om dit verschil te overbruggen. In dat scenario zouden China en India hun nationale klimaatbeleid, dat verder gaat dan hun internationale toezegging, volledig in het Kopenhagen Akkoord moeten uitvoeren. De internationaal opererende sectoren scheep- en luchtvaart zouden de verplichting moeten krijgen hun uitstoot terug te dringen. De ruimte voor de geïndustrialiseerde landen om reducties door landgebruik en bossen mee te tellen zou moeten worden ingeperkt. Ontbossing in de ontwikkelingslanden zou moeten worden gehalveerd. Daarbij zouden de geïndustrialiseerde landen hun toezeggingen moeten aanscherpen van 18 procent tot 25 procent reductie van broeikasgasemissies voor 2020 ten opzichte van 1990.

Het PBL waarschuwt dat het risico aanzienlijk is dat de broeikasgasuitstoot minder terugloopt dan ingevolge het Kopenhagen Akkoord overeengekomen. De politieke situatie in de VS, waar de senaat nog moet instemmen met een klimaatwet, is onzeker. Verschillende partijen, waaronder de EU, hebben voorwaarden gesteld aan hun hoge bod. Ook een een afgezwakte Amerikaanse doelstelling zou ertoe kunnen leiden dat deze blokken voor hun laagste toezegging kiezen. Lopende discussies over de te hanteren regels voor de administratie van klimaatacties vormen een bedreiging voor de 2-gradendoelstelling. Hierbij gaat het onder andere om het zorgen dat klimaatmaatregelen in ontwikkelingslanden niet worden dubbel geteld (in zowel ontwikkelingsland als het land dat de emissiereductie rechten heeft opgekocht).; Tot slot zou het alsnog gebruikmaken van de de overtollige oude CO2-rechten van Rusland en Oekraïne tot 1,5 miljard ton meer uitstoot kunnen leiden.

Links

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Persvoorlichting (070-3288688 of persvoorlichting@pbl.nl).