Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de subnavigatieNaar de hoofdinhoud

Beperking opwarming aarde tot 2 graden moeilijker

Persbericht | 18-11-2011

De naar boven bijgestelde groei van de broeikasgasemissies in opkomende economieën zoals India, Brazilië, Mexico en China maakt het moeilijker om de opwarming van de aarde tot 2 graden te beperken. Dit blijkt uit het rapport 'Climate policy after Kyoto – Analytical insights into key issues in the climate negotiations' dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vandaag heeft gepubliceerd, samen met een tweede rapport, 'Forks in the Road – Alternative routes for international climate policies and their consequences for the Netherlands'. Beide rapporten leveren input voor de volgende ronde klimaatonderhandelingen, komende december in Durban.

In internationale klimaatonderhandelingen is afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden boven het pre-industriële niveau. Daartoe hebben landen voorstellen gedaan om hun uitstoot van broeikasgassen in 2020 te verminderen. Geïndustrialiseerde landen hebben verminderingen ten opzichte van hun uitstoot in 1990 toegezegd en ontwikkelingslanden ten opzichte van hun geraamde uitstoot zonder klimaatbeleid. In de klimaatonderhandelingen van Bangkok (april 2011) en Bonn (juni 2011) stelde een aantal ontwikkelingslanden – vooral opkomende economieën – hun verwachtingen ten aanzien van de toekomstige uitstoot van broeikasgasemissies zonder klimaatbeleid naar boven toe bij. Dit heeft tot gevolg dat bijvoorbeeld Brazilië de toezegging van emissiereducties heeft verminderd van 37- 39% naar 17 -21% vermindering ten opzichte van hun oorspronkelijke ramingen zonder klimaatbeleid. Ook hebben internationale instituten de verwachte groei van de uitstoot in China naar boven bijgesteld, omdat China minder getroffen lijkt door de huidige crisis dan de ontwikkelde landen.

PBL-berekeningen in het rapport Klimaatbeleid na Kyoto laten zien dat het totaal van alle voorstellen voor vermindering van de broeikasgasuitstoot zou leiden tot een wereldwijde uitstoot van 51 à 52 miljard ton CO2-equivalenten in 2020. Ter vergelijking: de eerdere verwachting was 49 à 50 miljard ton, terwijl de verwachte uitstoot zonder klimaatbeleid 56 miljard ton bedraagt. Hoewel de voorstellen wel degelijk leiden tot het terugdringen van de uitstoot, is het beperken van de wereldwijde opwarming tot 2 graden erg moeilijk met de bijgestelde berekeningen.

Uitstel van maatregelen leidt er ook toe dat de kosten van het terugdringen van de emissies later in de eeuw fors toenemen. Bovendien wordt dan veel afhankelijk van toekomstige technologische ontwikkelingen, zoals bio-energie in combinatie met CO2 -afvang en -opslag. Het rapport laat daarnaast zien dat de daadwerkelijke uitstoot in 2020 sterk afhangt van in Durban te nemen beslissingen over ontbossing en overtollige CO2-emissierechten ('hot air'). Daar vindt komende maand de volgende onderhandelingsronde over klimaatbeleid plaats.

Naast de onderhandelingen in het kader van het Klimaatverdrag is er ook een groot aantal alternatieve wegen voor het internationale klimaatbeleid voorgesteld in de afgelopen jaren. Het PBL-rapport Alternatieve wegen voor het internationale klimaatbeleid maakt een inventarisatie van deze voorstellen,variërend van bottom-up initiatieven van steden en kleinere groepen van landen die zelf het initiatief nemen voor verdergaand klimaatbeleid tot het laten meeliften van klimaatbeleid op andere beleidsgebieden die ook kunnen leiden tot lagere broeikasgasemissies, zoals innovatie-, industrie-, werkgelegenheids-, ontwikkelings- of luchtkwaliteitsbeleid. Het PBL concludeert dat, hoewel de voorgestelde alternatieve wegen de huidige onderhandelingen in het kader van het Klimaatverdrag niet kunnen vervangen, ze wel nuttig kunnen zijn om het maatschappelijk draagvlak voor klimaatbeleid te verhogen.

Links

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Persvoorlichting (070-3288688 of persvoorlichting@pbl.nl).