Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

De grijze groeikern

Artikel | 13-09-2017

De bevolking in de voormalige groeikernen vergrijst de komende 25 jaar verder. Het aandeel en het aantal ouderen neemt er toe. Dit leidt tot nieuwe opgaven ten aanzien van de publieke ruimte, het voorzieningenaanbod en de woningvoorraad. In dit artikel worden die nieuwe opgaven verkend.

De voormalige groeikernen (zoals Lelystad, Nieuwegein, Zoetermeer) werden ooit gekenmerkt door een overwegend jonge bevolking, maar vergrijzen in de komende 25 jaar. De oplopende aandelen en aantallen ouderen – in combinatie met het langer zelfstandig wonen van ouderen – betekenen op lokaal niveau niet alleen een opgave voor de praktische organisatie van de zorg, maar ook voor de inrichting van de openbare ruimte, het voorzieningenaanbod en de aard van de benodigde woningvoorraad in de nabije toekomst.

Aanpassingsopgave in groeikernen anders dan in andere steden

De opgave ten aanzien van de woningvoorraad is in de voormalige groeikernen niet dezelfde als in de oude suburbane steden. Immers, in de groeikernen is sprake van een andere samenstelling van de bestaande woningvoorraad, met een groter aandeel eengezinswoningen en een groter aandeel koopwoningen.

De vraag zal moeten worden beantwoord hoe de omvang en aard van de bestaande woningvoorraad in deze ‘nieuwe steden’ moet worden aangepast aan en toegesneden op de omvang en aard van de woningvraag in de nabije toekomst.

Vooral woningen geschikt maken voor ouderen met fysieke beperkingen

De aanstaande vergrijzing brengt bijvoorbeeld de vraag met zich mee of wellicht ook specifiek woningen voor ouderen moeten worden gebouwd. Dit enerzijds vanuit de gedachte dat doorstroming van ouderen zal leiden tot een versneld en gewenst aanbod van eengezinswoningen in de stadsregio, maar anderzijds wetende dat ouderen nauwelijks nog (willen) verhuizen.

Mocht ervoor gekozen worden (ook) voor ouderen te bouwen, dan ligt het voor de hand daarvoor ruimte in bestaande buurten te vinden,  gezien de gehechtheid van ouderen aan hun woonbuurt. Dit zou hun verhuisgeneigdheid kunnen bevorderen.

Echter, juist vanwege de geringe verhuismobiliteit van ouderen en hun gehechtheid aan de huidige woning is er vooral sprake van een aanpassingsopgave: het geschikt maken van de bestaande woningen voor oudere bewoners die mogelijk te maken krijgen met allerlei fysieke beperkingen. Deze aanpassingsopgave ligt niet alleen bij woningcorporaties maar gezien de samenstelling van de woningvoorraad vooral bij de oudere particuliere woningeigenaren. 

Auteur(s)Frank van Dam
Publicatiedatum14-09-2017
PublicatieRooilijn
ReferenceJg. 50 / Nr. 4 / 2017