Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud
Energie en energievoorziening

Is inzet van biobrandstoffen voor vervoer effectief in het bereiken van emissiereducties?

Vraag en antwoord | 24-03-2015

De productie en het gebruik van biobrandstoffen leidt wereldwijd slechts tot een beperkte emissiereductie. Zelfs een averechts emissie-effect is niet uit te sluiten, ondanks een toegenomen aandeel reststromen in biobrandstoffen.

De emissie-reductie is door verandering van landgebruik erg onzeker. De ontwikkelingen hierin zijn niet alleen afhankelijk van de ingezette biobrandstoffen, maar ook van de mondiale ontwikkelingen in het landgebruik en de landbouw.

Het kabinet-Rutte heeft de Tweede Kamer laten weten de EU-verplichting voor het aandeel biobrandstoffen al in 2016 te willen realiseren in plaats van in 2020. Nederland past momenteel vooral door import een relatief groot aandeel afgewerkte plantaardige oliën en afvalvetten toe. Dit aandeel kan in de toekomst afnemen als ook andere landen deze biomassastromen willen gebruiken om hun doelstelling te halen.
 

Tabel: Raming van de Nederlandse emissiereductie (ten opzichte van emissies van benzine en diesel) als resultaat van de inzet van biobrandstoffen in 2011.

 
Methode voor bepaling broeikasgasemissies biobrandstoffen Verandering in
broeikasgasemissies (%)
Werkelijke emissies binnen de Nederlandse grenzen met aftrek van CO2-opname in Nederland bij teelt voor biobrandstoffen. circa -10
Werkelijke emissies binnen Nederlandse grenzen met verbrandingsemissies biobrandstoffen op nul (volgens Kyoto). circa -90
Emissies in de productieketen (binnen en buiten Nederland) van de in Nederland gebruikte biobrandstoffen (volgens duurzaamheidscriteria EU). circa -55
Emissies van de in Nederland gebruikte biobrandstoffen, direct in de productieketen en als gevolg van indirect landgebruik. -20 tot +100a

a) Gebaseerd op monitoringcijfers over ingezette biobrandstoffen en hun herkomst, landgebruiksveranderingen in wereldregio’s, ontwikkelingen in de productie en productiviteit van de landbouw in wereldregio’s (FAO, beide tussen 2005 en 2009), emissiefactoren uit de literatuur en veronderstellingen over indirecte effecten (mondiaal gemiddeld, regiospecifiek en gewasspecifiek).

Meer informatie

Balans voor de Leefomgeving