Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud
Fiscale vergroening

Feiten en cijfers over Fiscale vergroening

Voor een adequate inzet van groene belastingen ten behoeve van de circulaire economie is het van belang om goed na te gaan waar grondstoffen- en materiaalgebruik zich in het economisch proces bevinden en hoe die positie samenhangt met emissies en afval.

Het verbruik van grondstoffen en materialen kent, net als de verbranding van energie voor verwarming en kracht, een aantal verschijningsvormen op verschillende momenten in de productie- en consumptieketen. Daarbij gaat het om de volgende vier fasen:

Milieubelastingen naar heffingsgrondslag

Nederland is met een aandeel van bijna 3,5 % groene belastingontvangsten in het bbp een van de koplopers in de OESO. De nadruk ligt daarbij, net als in de meeste landen, op belastingen op energie en voertuigen. Tegelijkertijd springt Nederland er ten opzichte van andere landen uit als het gaat om het relatief grote aandeel van belastingen (en heffingen) op andere grondslagen, in het bijzonder water en afval.

Het aandeel van de milieubelastingen in de belastingmix is de afgelopen jaren afgenomen. De belangrijkste reden hiervoor is dat door de economische crisis de werkloosheid is toegenomen. Hierdoor stegen enerzijds de sociale premies relatief sterk en anderzijds bleven de consumptieve bestedingen achter bij de economische groei. Het aandeel van de btw in de totale belasting- en premieopbrengsten is aanzienlijk en betrekkelijk stabiel. In de afgelopen 25 jaar schommelde het aandeel steeds rond de 20 procent.

De figuur geeft de totale langetermijnopbrengsten van de milieubelastingen weer. De totale opbrengst van de milieubelastingen is sinds 1965 fors gestegen en bedroeg in 2015 ongeveer 20 miljard euro.