Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Vraag en antwoord over Krimp

Uit PBL-onderzoek blijkt dat het ineffectief is om krimp te bestrijden en dat dit leidt tot concurrentie binnen regio’s en onrendabele investeringen. De doelstellingen en beleidsveronderstellingen van deze krimpstrategieën komen namelijk vaak...lees meer

Het PBL en het CBS verwachten dat het aantal gemeenten en regio’s dat in de nabije toekomst met één of meer vormen van demografische krimp te maken krijgt, toeneemt. Naar verwachting neemt tussen 2014 en 2040 in meer dan een derde van alle...lees meer

Demografische krimp kent grofweg drie oorzaken: (1) sociaal-culturele ontwikkelingen zoals individualisering en emancipatie, (2) regionaal-economische ontwikkelingen, zoals ontwikkelingen in bedrijvigheid en werkgelegenheid en (3) planologische...lees meer

Landelijk gezien neemt sinds 2011 alleen de potentiële beroepsbevolking (20-64 jarigen) af. Bevolkings- en huishoudensdaling is voor Nederland als geheel nog niet aan de orde. Het CBS verwacht dat de bevolking vanaf 2040 in omvang zal...lees meer

Demografische krimp heeft gevolgen voor de lokale en regionale woningmarkt, de bevolkingsgerelateerde bedrijvigheid en de arbeidsmarkt. Krimp leidt tot een meer ontspannen woningmarkt, wat een overaanbod aan woningen, verhuurbaarheidsproblemen,...lees meer

Gemeenten in de huidige krimpregio’s Parkstad Limburg, de Eemsdelta in Groningen en Zeeuws-Vlaanderen hebben in het verleden niet op demografische krimp geanticipeerd. Zij hebben wel gereageerd en wanneer zij dat deden, was dat vooral in de vorm...lees meer

Het PBL hanteert een onderscheid tussen drie vormen van demografische krimp: een afname van het aantal inwoners, van het aantal huishoudens en van de potentiële beroepsbevolking (20-64 jaar). Daarnaast hebben krimpregio’s te maken met een...lees meer