Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud
Landbouw

Welke effecten hebben megastallen op de leefomgeving?

Vraag en antwoord | 25-03-2015

Er is maatschappelijke onrust over de voortgaande schaalvergroting in de veehouderij, vooral over de komst van megabedrijven. Deze zijn substantieel groter dan gezinsbedrijven, met een minimum bouwkavel uiteenlopend van 1,5 tot 3 hectare.

Op lokale schaal kan vestiging van megabedrijven leiden tot meer geurhinder, hogere concentraties fijnstof, aantasting van het landschap en een lichte stijging van ammoniakdepositie op nabijgelegen natuur. Maar op regionale en nationale schaal zal de kwaliteit van de leefomgeving juist verbeteren. Dat komt doordat de overheid een plafond heeft gezet op het aantal dieren, door middel van zogenoemde dierrechten. Vaak worden hierdoor milieutechnisch ongunstige situaties gesaneerd, dichtbij dorpskernen of natuur. Bovendien zullen nieuwe megabedrijven vaker luchtwassers (moeten) toepassen, waardoor de nationale emissies sneller zullen dalen (met twee procent voor ammoniak en vier procent voor fijnstof uit stallen in 2020).

Het belangrijkste aandachtspunt is de gezondheid van omwonenden en recreanten, in verband met de verspreiding van zoönosen (voor de mens besmettelijke dierziekten). Het RIVM stelt dat de risico’s van megabedrijven vermoedelijk groter zijn dan bij veehouderijen van gangbare grootte. Dit vraagt om extra maatregelen met betrekking tot afstanden tot andere bedrijven, stalontwerp, bedrijfsvoering, hygiëne en vakbekwaamheid van personeel.