Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud
Landbouw

Welke effecten heeft de veehouderij voor de volksgezondheid?

Vraag en antwoord | 25-03-2015

Waar dieren en mensen in elkaars omgeving leven, nemen ze ziektekiemen van elkaar over. De mate waarin deze vóórkomen en de ernst daarin verschillen per ziekte. Het vaakst komen infecties met de bacteriën salmonella en campylobacter voor, door het eten van besmet en onvoldoende hygiënische bereiding van vlees en eieren. De kans op ernstige gezondheidsschade is gering, behalve bij patiënten met een verminderde weerstand. Het rapport De Staat van zoönosen van het RIVM meldt dat in Nederland jaarlijks enkele tientallen mensen hierdoor overlijden. Ter vergelijking: de meest recente besmetting met de Q-koorts-bacterie (uit de geitenhouderij) heeft tot nu toe 24 mensen het leven gekost.

Mensen kunnen antibioticaresistente bacteriën overnemen van dieren, via voedsel of contact met dieren. Bacteriën kunnen resistentie ontwikkelen als neveneffect van het gebruik van antibiotica om dierziekten te bestrijden. De resistentie is het hoogst bij dieren die voor de vleesproductie worden gehouden: vleeskuikens, vleeskalveren en vleesvarkens. Het risico voor de volksgezondheid is dat resistente bacteriën kunnen veranderen in meer virulente of aan de mens aangepaste varianten of hun resistentie overdragen aan andere bacteriën. Omdat voor dieren grotendeels dezelfde antibiotica worden gebruikt als voor mensen vormt resistentie voor antibiotica een risico voor de volksgezondheid.

Mensen die in de buurt wonen van intensieve veehouderij ademen buitenlucht in met een verhoogde concentratie fijnstof, met daarin vooral bepaalde micro-organismen en endotoxinen (stoffen die voorkomen in de celwand van sommige bacteriën). De inademing van fijnstof uit stallen kan schadelijk zijn voor de gezondheid. In de nabijheid van pluimvee- en geitenbedrijven komen meer gevallen van longontsteking voor dan elders in het land. Opmerkelijk genoeg komen astma, COPD, hooikoorts en infecties aan de bovenste luchtwegen in de omgeving van intensieve veehouderijen juist minder vaak voor dan elders. Desalniettemin stellen instituten zoals het RIVM voor om een beoordelingskader voor microbiële factoren rond veehouderijbedrijven te ontwikkelen.