Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Hoe wordt fijnstof gemeten?

Vraag en antwoord | 25-03-2015

Voor de meting van fijnstof is in de eerste dochterrichtlijn voor de luchtkwaliteit een referentiemethode vastgelegd waarbij het stof in de lucht op een filter wordt opgevangen en waarbij vervolgens door weging de massa wordt bepaald. Deze methode is echter bewerkelijk. Volgens de richtlijn is het ook toegestaan om een alternatieve methode voor de meting te gebruiken mits kan worden aangetoond dat de resultaten voldoende vergelijkbaar zijn met de referentiemethode. De meeste gebruikte alternatieve methoden zijn de ß-stofmethode en de TEOM.

De ß-stofmethode maakt gebruik van ß-deeltjes voor de meting. Deze worden verzwakt als ze door vaste stoffen worden gestuurd. De zogenaamde ß-stofmonitor gebruikt een filterband waardoorheen ß-deeltjes worden gestuurd. De ß-deeltjes worden gemeten voor en na de belading van de filter met stof. De mate van verzwakking is een maat voor de hoeveelheid stof op het filter en daarmee voor de stofconcentratie in de lucht. De gehele cyclus van nulmeting, monsterneming en meting is geautomatiseerd.

TEOM staat voor Tapered Element Oscillating Microbalance. Deze methode gebruikt een spits toelopend glaselement waarop zich een filter bevindt. Dit element oscilleert (‘trilt’) met een karakteristieke frequentie. Belading van het filter met stof leidt tot een verandering van de trillingsfrequentie. De mate van verandering is een maat voor de hoeveelheid stof op het filter en daarmee van de stofconcentratie in de lucht. De gehele cyclus van nulmeting, monsterneming en meting is ook bij deze methode geautomatiseerd.

Meer informatie