Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud
Natuur, landschap en biodiversiteit

Welke indicatoren voor landschap gebruikt het PBL?

Vraag en antwoord | 20-04-2018

In aansluiting op het huidige beleid zijn de indicatoren van het PBL vooral gericht op de beleving van het landschap. De belevingswaarde wordt bepaald op basis van (de waardering van mensen voor) landschapskenmerken. Voorbeelden zijn natuurlijke en historische kenmerkendheid, openheid en visuele verstoring.

Kwaliteiten van landschap

Naast belevingskwaliteit heeft het landschap ook natuurlijke kwaliteit, culturele kwaliteit en gebruikswaarden. Dat betekent dat meerdere perspectieven mogelijk zijn om (veranderingen in) het landschap te waarderen. De graadmeters van het PBL sluiten aan op de keuze van het beleid om vooral naar belevingskwaliteit te kijken.

Beleving subjectief

Hierbij is belangrijk om te constateren dat de beleving van het landschap subjectief is. De ene persoon beleeft een landschap anders dan een ander. Toch zijn er overeenkomsten in de wijze waarop mensen landschappen waarderen, gebaseerd op een aantal direct waarneembare landschapskenmerken zoals de hierboven genoemde. Hier zijn de graadmeters op gebaseerd.

Meer informatie