Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud
Natuur, landschap en biodiversiteit

Welke modellen gebruikt het PBL om ontwikkelingen in de natuur te onderzoeken?

Vraag en antwoord | 20-04-2018

Het PBL gebruikt verschillende modellen voor het berekenen van de effecten van menselijke activiteiten op natuur. De modellen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op de wetenschappelijke kennis over effecten van menselijke activiteiten op milieu- en ruimtecondities en planten en dieren.

Voor een goed begrip van deze relatie zijn de modellen gebaseerd op de zogenoemde DPSIR-keten: Driving Forces, Pressures, States, Impacts en Responses.

Link to infographic: 'De DPSIR keten'
Link to infographic: 2'De DPSIR keten'

Mondiale analyses

Voor mondiale analyses over de huidige en toekomstige toestand van de biodiversiteit en ecosystemen heeft PBL het GLOBIO3 model ontwikkeld. Op basis van dit model wordt de totale verandering in de biodiversiteit berekend in vergelijking met de situatie in het natuurlijke, ongestoorde ecosysteem. In een mondiaal model kan niet goed gerekend worden met  afzonderlijke soorten. Daarom wordt gewerkt met generieke (niet soort-specifieke) dosis-effectrelaties die beschrijven hoe biodiversiteit verandert als gevolg van bijvoorbeeld milieudruk en grondgebruik.

Uitvoer van het model is in termen van de indicator MSA. Het PBL doet samen met andere instituten onderzoek naar andere indicatoren om hieraan toe te voegen, zodat het PBL nog beter kan aansluiten op afspraken van het Biodiversiteitverdrag.

Europese studies

Voor Europese studies heeft het PBL samen met andere organisaties het model BioScore ontwikkeld voor biodiversiteit-impact-analyse. Dit model bevat dosis-effectrelaties per soort en sluit daarmee aan op de (deels) soortgebaseerde Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen.

Nationale analyses

Voor nationale analyses heeft het PBL in samenwerking met Wageningen Environmental Research (Alterra) het Model for Nature Policy (MNP) ontwikkeld. Het model beschrijft de effecten van milieu- en ruimtecondities en natuurbeheer op soorten en ecosystemen. Net als BioScore bevat dit model soortspecifieke dosis-effectrelaties. Met het MNP kunnen ook de kosten van natuurbeleidsopties worden berekend. De resultaten van de MNP zijn in termen van de kernindicatoren van het PBL en sluiten daarmee ook aan op het beleid.

Meer informatie