Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud
Natuur, landschap en biodiversiteit

Welke veldgegevens gebruikt het PBL voor het vaststellen van trends in natuur en biodiversiteit in Nederland?

Vraag en antwoord | 20-04-2018

Het PBL verzamelt zelf geen veldgegevens over trends natuur en biodiversiteit, maar betrekt deze van andere instituten en organisaties. De belangrijkste bron van meetgegevens over soorten is het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).

Aantalsonwikkeling

Het NEM volgt jaarlijks de aantalsontwikkeling van circa 1000 soorten in Nederland op een aantal vaste meetlocaties. Het gaat om soorten uit belangrijke soortgroepen zoals, vogels, vlinders en planten. De data worden verzameld door vrijwilligers van de Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO’s), zoals de Vlinderstichting en SOVON.

Op basis van de metingen berekent het Centraal Bureau voor Statistiek jaarlijks populatietrends van elk van de soorten in de vorm van indexen. Het PBL en het CBS maken daarvan weer indicatoren voor beleid.

Verspreidingsgegevens

Naast populatietrends verzamelen de PGO’s en andere partijen ook verspreidingsgegevens over het voorkomen van soorten. Deze worden bijeengebracht in de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Deze informatie wordt bijvoorbeeld gebruikt voor het maken van de Rode Lijst indicator. PBL gebruikt de verspreidingsgegevens ook voor het maken en valideren van modellen.

Ecosystemen monitoren

De monitoring van ecosystemen vindt plaats met satellieten of door kartering in het veld door onderzoekers. Het PBL gebruikt daarnaast de beheertypenkaart van de provincies  en de Basiskaart Natuur (BKN) als bron van gegevens over de verspreiding en arealen van ecosystemen.

Meer informatie