Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud
Voedsel

Is het voedsel in Nederlandse winkels onder invloed van het gewasbeschermingsbeleid veiliger geworden?

Vraag en antwoord | 20-01-2015

Toetsing aan gezondheidsnormen laat zien dat het Nederlandse voedselpakket in de periode 2003-2010 veiliger is geworden. Ook is het aandeel overschrijdingen van de zogenoemde residunorm in het Nederlandse voedselpakket in diezelfde periode met 70% afgenomen (de residunorm geeft aan hoeveel resten van gewasbeschermingsmiddelen een voedselproduct mag bevatten). Dit komt doordat middelen die de normen veelvuldig overschreden in Europa van de markt gehaald zijn. Bovendien zijn telers onder druk van afnemers zorgvuldiger gaan werken.

Behalve het percentage overschrijdingen is ook de absolute hoeveelheid residuen in groenten en fruit afgenomen. De relatie tussen overschrijdingen van de residunormen en voedselveiligheid is niet eenduidig. In de publieke beeldvorming betekent een overschrijding van een residunorm al snel dat er een probleem is met voedselveiligheid. Dit is echter de vraag, omdat residunormen in eerste instantie gebaseerd zijn op Goede Landbouw Praktijk en daarna getoetst worden op voedselveiligheid. Meestal zijn residunormen strenger dan nodig vanuit het perspectief van de volksgezondheid.

De toetsing aan de residu- en gezondheidsnormen gebeurt in de toelating voor de combinatie van één stof en één voedselproduct, terwijl voor de totale blootstelling de consumptie telt van álle voeding. De Europese voedselautoriteit (EFSA) werkt nu aan protocollen om de blootstelling aan verschillende stoffen in een of meerdere producten op te tellen als deze eenzelfde soort effect hebben in het menselijk lichaam (gesommeerde blootstelling). De gesommeerde blootstelling is voor twee groepen van zenuw aantastende stoffen (organofosfaten en carbamaten) die in Nederland in voedsel werden aangetroffen, sinds 2003 flink afgenomen omdat voor een groot deel van deze stoffen de toelating is vervallen. Niet bekend is in hoeverre de vervangende stoffen een risico vormen.