Nuchter omgaan met risico's

01-06-2005 | Persbericht

Het risicobeleid van de overheid voor het milieu gaat uit van het recht op bescherming van iedere inwoner van Nederland. Niemand in Nederland mag blootgesteld worden aan een kans op sterfte van meer dan 1 op de miljoen door grote ongevallen, giftige stoffen en straling (de zogenaamde 10-6 norm). Deze norm voldoet in de praktijk niet voor alle risicovolle situaties. Afgezien van het gebrek aan controle en toezicht, zoals dat bij recente rampen een grote rol heeft gespeeld, lopen in Nederland vele tienduizenden mensen een risico dat groter is dan één op de miljoen om te overlijden als gevolg van een groot ongeval. Ook is het niet realistisch te verwachten dat het in de komende jaren wel zal lukken iedereen dat beschermingsniveau te bieden. In het relatief volle Nederland zijn daarvoor de mogelijkheden gering en de kosten zeer hoog.

Nuchter omgaan met risico’s bespreekt de mogelijkheid om het huidige beleid uit te breiden met drie stappen. Er kan dan bewust gekozen worden voor een andere strategie voor de beheersing van risico’s, wanneer:

  • het oplossen van de knelpunten te duur is;
  • de berekende sterfterisico’s geen goede maat zijn voor de maatschappelijke onrust;
  • de complexiteit en de wetenschappelijke onzekerheid groot zijn.

Centraal in deze aanpak staat een zogenaamde ‘risicoladder’ om verschillende soorten risico’s te typeren. Hiermee kan de overheid bewuste keuzes maken tussen de kosten van een mogelijke ingreep (doelmatigheid) en het oorspronkelijke uitgangspunt van het recht op risicobescherming voor iedereen.

Toepassing van de risicoladder leidt tot de volgende werkwijze:

  1. In eerste instantie worden alle risico’s op klassieke wijze berekend als kans maal effect. Deze eerste stap gaat uit van risicobescherming voor iedereen, volgens het huidige algemene risicobeleid.
  2. Mocht blijken dat dit beschermingsniveau alleen gehaald kan worden tegen zeer hoge maatschappelijke kosten, dan kan de keuze worden gemaakt tussen een uniform beschermingsniveau en de doelmatigheid van de te nemen besluiten. Voorbeelden zijn Legionella, de veiligheid rond Schiphol en LPG-tankstations. In deze gevallen kan via specifieke maatregelen het risico kosteneffectief worden verkleind, maar niet in alle gevallen worden teruggebracht naar het afgesproken beschermingsniveau. Het verdient aanbeveling om open en eerlijk te communiceren over de gemaakte keuze. Bij het nemen van besluiten over de risicoacceptatie zou rekening kunnen worden gehouden met in het verleden genomen besluiten bij min of meer vergelijkbare risico’s; het betreft dan de eerdere acceptatie van risico’s en de gemaakte kosten per gewonnen levensjaar. Op die manier kan een bewuste (politieke) keuze worden gemaakt over de aanvaardbaarheid van risico’s.
  3. Wanneer de berekeningen van risico’s de onrust bij burgers niet wegnemen, kan overleg met burgers over de aard en omvang van het probleem, en doelmatigheid, evenwichtigheid en billijkheid van maatregelen de acceptatie van het beleid vergroten. Dure, inefficiënte maatregelen hoeven dan wellicht niet genomen te worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de discussie over GSM-masten en hoogspanninglijnen.
  4. Als bij risico’s de (wetenschappelijke) onzekerheid toeneemt en de ernst en omvang van een eventueel effect groot zijn, dan zal de politiek in samenspraak met de samenleving de mate van voorzorg dienen te bepalen. De wetenschap kan daarbij een faciliterende rol spelen. Een voorbeeld is klimaatverandering en de grootschalige maar onzekere effecten daarvan. De uiteindelijke keuze tussen rechtvaardigheid en doelmatigheid in het risicobeleid is aan de politiek.