Schiphol: Keuzes tussen milieu en economie zijn onvermijdelijk

07-06-2006 | Persbericht

Vorig jaar wees onderzoek al uit dat een aanzienlijke groei van het luchtvaartverkeer binnen de huidige normen van Schiphol mogelijk is (Het milieu rond Schiphol 1990-2010 - Feiten en Cijfers, MNP 2005). Maar in dat geval kan de geluidsoverlast voor het buitengebied van Schiphol, buiten de ring van handhavingspunten, niet verminderd worden.

Het is wel mogelijk om bij effectief beleid met een groeiend aantal vliegbewegingen, tot 600.000 in 2020, de overlast in dit buitengebied te verminderen: 45.000 mensen die niet meer ernstige geluidshinder ondervinden en 60.000 mensen die geen ernstige slaapverstoring meer ondervinden. Dit is ook gunstig voor de externe veiligheidsrisico’s, het ruimtebeslag en de milieukosten van het vliegverkeer. Maar dat gaat ten koste van enkele duizenden woningen in het gebied dat direct aan Schiphol grenst (het binnengebied), waar bewoners worden blootgesteld aan een hogere geluidbelasting dan nu toegestaan is. In dit binnengebied zijn de geluidsniveaus en de risico’s van het vliegverkeer het hoogst, maar hier woont slechts 2 tot 3 procent van het aantal mensen dat geluidsoverlast ervaart.

Toename van de milieubelasting van het vliegverkeer leidt tot extra gezondheidseffecten en risico’s en kan er toe leiden dat de kosten voor woningisolatie, ruimtebeslag en waardedaling van woningen niet meer opwegen tegen de baten van verbeterde reismogelijkheden van de Nederlandse consument. Met een steeds strenger wordende norm voor het buitengebied, kan worden bereikt dat innovaties maximaal worden ingezet en er steeds minder gevlogen wordt waar (veel) mensen wonen.

De door het kabinet voorgestelde saldering met behoud van de huidige bescherming van het binnengebied biedt niet de beoogde groeimogelijkheden voor het vliegverkeer. Aanpassing van de grenswaarden op de handhavingspunten is alleen effectief als deze ondergeschikt wordt gemaakt aan verbeteringen in het buitengebied.