Aarde raakt overbelast

11-12-2008 | Persbericht

De wereldbevolking zal tot 2040 met nog bijna 50 % toenemen tot ruim 9 miljard mensen. Het energiegebruik en de CO2-emissies zullen de komende decennia met 50% stijgen. De reeds in marktprijzen tot uiting komende concurrentie om grondstoffen zal verder toenemen. Zonder verdere productiviteitsstijging van de landbouw, zullen in 2040 alle beschikbare hoogproductieve gronden zijn ingezet voor de voedselproductie. Zelfs bij maximale inzet van alle huidige technieken zal in Brazilië en in delen van Afrika onvermijdelijk nog veel biodiversiteit verloren gaan door de toenemende vraag naar landbouwproducten. Dit wordt mede veroorzaakt door de wereldwijde groei van de vleesconsumptie. Tegen deze achtergrond moeten de verwachtingen van de grootschalige inzet van biobrandstoffen (om de klimaatverandering af te remmen) worden getemperd. Een dergelijke inzet zou namelijk ten koste gaan van de voedselproductie en/of resterende biodiversiteit.

Doelen waarschijnlijk niet gehaald, ondanks betaalbaarheid

De internationale doelen voor armoedebestrijding, biodiversiteit en klimaatverandering zullen waarschijnlijk dan ook niet worden gehaald. Afgezien van de toenemende en legitieme basisbehoeften van een groeiende wereldbevolking, zijn de belangrijkste oorzaken: de sterk toenemende consumptie, de aanhoudende oriëntatie op de korte termijn, het zoeken naar partiële oplossingen en de tekortschietende internationale samenwerking. De doelen voor ontwikkeling (hongerbestrijding, gezondheid en onderwijs) kunnen met een jaarlijkse inzet van zo’n 0,5 % mondiaal BBP worden gehaald. De kosten om de gemiddelde temperatuurstijging tot 2 graden te beperken, beslaan enkele procenten van het mondiale BBP in 2040.

Materiële consumptie

Tot 2040 zal het inkomensniveau per hoofd van de bevolking met een factor 2 toenemen. Het aantal mensen dat leeft onder de armoedegrens van 1 dollar per dag zal weliswaar dalen maar de inkomensverdeling tussen rijk en arm is ongelijker geworden. Ook in Nederland zal de materiële consumptie nog verder toenemen. De CO2-uitstoot van de Nederlandse consument zal in 2040 vijf keer zo hoog zijn als het niveau dat de gemiddelde wereldburger maximaal mag uitstoten om de klimaatverandering tot 2 graden te beperken, bij gelijke verdeling van emissierechten.

Nederlanders: “Overheid zorg ervoor”

Vrijwillige gedragsverandering is op dit moment niet voldoende om een substantieel effect te hebben op klimaatverandering, het verlies aan biodiversiteit, eerlijke prijzen en acceptabele arbeidsomstandigheden. De milieudruk van het consumptiepatroon blijkt vooral afhankelijk van het inkomen en heeft geen relatie met milieubesef of waardepatroon. Er is wel veel draagvlak en betalingsbereidheid bij Nederlanders om klimaatverandering aan te pakken en, in mindere mate, om biodiversiteit te behouden. Mensen vinden echter dat de overheid moet zorgen voor verduurzaming van producten, waaronder brandstof. Dit vraagt een regierol van de overheid bij het maken van internationale afspraken tussen bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en overheden over milieudruk en arbeidsomstandigheden in de gehele productieketen, zoals dat nu al in een aantal ketens wordt toegepast.

Vlees- en brandstofbeprijzing

Flexibele toepassing van marktinstrumenten kan voor een efficiënte aanpak van duurzaamheidsproblemen zorgen. Voorbeelden hiervan zijn het beprijzen van niet duurzaam gedrag en een systeem van verhandelbare rechten. In de praktijk zijn echter aanvullende maatregelen nodig. Beprijzing van vlees of brandstof is mondiaal een effectief instrument, maar heeft in welvarende landen als Nederland weinig gedragseffecten. Het Europese emissiehandelsysteem heeft een beperkte dekking en geeft onvoldoende lange termijn prikkels. Aanvullende maatregelen zoals het normeren van de CO2-uitstoot in de transportsector en het stimuleren of verplicht stellen van afvang en opslag van CO2 bij nieuwe kolencentrales, kunnen helpen.

Duurzaamheid kan niet zonder Europa

Een effectieve aanpak van deze duurzaamheidsproblemen is alleen mogelijk met bindende internationale afspraken. Dit vergt grote coalities op het terrein van klimaat (inclusief China, India en VS), armoede en biodiversiteit (inclusief Indonesië, Brazilië en Congo). Om effectief internationale afspraken te maken met andere landen blijkt Europa het cruciale schaalniveau. Nederland kan in EU verband het voortouw nemen door aan te dringen op bijvoorbeeld verbreden van het Europese emissiehandelsysteem naar andere grote landen en op de emissie-eisen die in EU-verband aan auto’s worden gesteld. Op deze manier kan het klimaatprobleem efficiënt worden aangepakt. Bedrijven geven aan wel duurzamer te willen en te kunnen produceren, als Europa voor een gelijk speelveld zorgt. De overheid kan al dan niet in Europees verband bedrijven verplichten te rapporteren over milieudruk en arbeidsomstandigheden in alle landen waar de productie plaatsvindt.

Duurzaamheidstoets voor overheid

Het MNP adviseert de Nederlandse overheid om haar beleidsplannen te beoordelen op duurzaamheid, door systematisch inzichtelijk te maken wat de gevolgen zijn voor klimaat, biodiversiteit en armoede en zonodig flankerend beleid in te zetten om de negatieve effecten tegen te gaan.

Maatschappelijke doelstellingen opnieuw aan de orde

De grenzen van de inpasbaarheid van de menselijke ambities in de fysieke wereld komen in zicht, al zal nooit wetenschappelijk kunnen worden vastgesteld waar ze precies liggen. Daarmee is nu onvermijdelijk en opnieuw de vraag naar de maatschappelijke doelstellingen -en daarmee een duurzame leefstijl- aan de orde.