PBL: betaal boeren voor dienstverlening

05-11-2010 | Persbericht

Nieuw Europees landbouwbudget inzetten onder strikte voorwaarden

Verschuiving

Het nieuwe kabinet heeft beloning van boeren voor diensten op het gebied van landschap en natuur opgenomen in het regeerakkoord. Dit kan worden geregeld met de herziening van het Europese landbouwbeleid. De Europese Commissie wil namelijk dat de Europese landbouw beter inspeelt op nieuwe kansen en uitdagingen, waaronder klimaatverandering, waterbeheer en bescherming van biodiversiteit. Dit kan door een verschuiving aan te brengen van directe inkomenssteun aan de boer naar betaling voor levering van dergelijke maatschappelijke diensten. Nu wordt het grootste deel van het EU-landbouwbudget gebruikt voor directe inkomensondersteuning. Medio november publiceert de Europese Commissie een mededeling over de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Of er bij de aangekondigde EU-landbouwhervorming veel meer geld beschikbaar komt voor milieu-, natuur- en landschapsgerichte betalingen is de vraag. Veel lidstaten maken zich zorgen over een te grote herverdeling van landbouwgelden en daarmee samenhangende inkomensgevolgen voor boeren.

Thema’s

Als alle Nederlandse boeren tegen betaling dergelijke diensten aan de samenleving zouden gaan verlenen, kost dit jaarlijks 0,7 à 1,1 mld euro, waarvan de EU een deel zou betalen. De kosten zitten in een lagere gewasopbrengst, investeringen en inzet van extra arbeid. De beloning is bedoeld om deze kosten te dekken. Kanttekening is dat lang niet alle boeren bereid zijn om deze maatschappelijke diensten te leveren.

De maatschappelijke doelenpot van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid voor Nederland zal niet voldoende gevuld zijn om alle Nederlandse doelen op het gebied van natuur, milieu en landschap te behalen. De overheid zal scherpe keuzes moeten maken en duidelijke voorwaarden moeten stellen aan de te leveren diensten. Het PBL adviseert om het geld in ieder geval op agrarisch natuurbeheer te richten, omdat boeren daar al ervaring mee hebben en er draagvlak voor is bij boeren en burgers. De huidige regeling voor agrarisch natuurbeheer moet dan wel effectiever worden gemaakt, bijvoorbeeld door een betere keuze van gebieden. Ook adviseert het PBL om zoveel mogelijk in te zetten op ‘slimme’ besteding van middelen, waarbij een beloning zowel het agrarisch natuurbeheer als het landschaps- en waterbeheer dient.

Gebieden

Een andere belangrijke beleidskeuze is in welke gebieden het geld wordt ingezet. Hoe gerichter dit gebeurt, hoe beter voor de effectiviteit van inzet van EU-budget. Zo is de achteruitgang van het aantal akker- en weidevogels te stoppen voor 50 miljoen euro per jaar. Maar dat kan alleen voor dat bedrag als in de gebieden waar deze vogels nog veel voorkomen ook daadwerkelijk alle boeren meedoen. Zo niet, dan kunnen de kosten oplopen tot meer dan 200 miljoen euro per jaar.

In de PBL-studie is gekeken naar de beleidsdoelen voor het landbouwgebied en de mogelijkheden die het herziene Gemeenschappelijk Landbouwbeleid daarvoor wellicht biedt. Er is daarbij geen vergelijking gemaakt met de kosten van een versterking van de Ecologische Hoofdstructuur en de mogelijke effecten hiervan.