De lessen uit 15 jaar ervaring met de EIA voor het Nederlandse bedrijfsleven

31-05-2013 | Publicatie

Nederland kent verscheidene fiscale regelingen om investeringen in energiebesparing en hernieuwbare energieopwekking te stimuleren. Dit working paper evalueert de Energie Investeringsaftrek (EIA) in de periode 1997-2012. Met de EIA mogen bedrijven die investeren in energiebesparende en duurzame energietechnologieën een deel van de investeringskosten afschrijven van hun belastbare winst. De regeling is meermaals aangepast om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de kritiekpunten.

De evaluatie levert vier lessen op:

  1. In de beginjaren werd de budgettaire turbulentie deels veroorzaakt door de afwezigheid van een goede verantwoordingsystematiek van belastinguitgaven.
  2. Door de generieke opzet van de regeling blijkt het lastig om 'freeriders' te voorkomen, hoewel effectiviteit van de regeling langzaam is verbeterd.
  3. De dynamische technologielijst maakt de regeling flexibel, wat beleidsmakers de mogelijkheid geeft om de regeling te heroriënteren of strengere normen te hanteren indien nodig. De lijst vermindert ook het verschil in de informatie over nieuwe technologieën bij vragers en bij aanbieders en helpt aanbieders van nieuwe technologieën om de bekende 'valley of death’ te overleven. Dit is de fase waarin veel technieken blijven steken omdat de ontwikkeling door de - vanwege schaalvergroting - hoge kosten te duur wordt voor overheidssubsidie, terwijl de prijs van de techniek nog zo hoog is dat deze geen kans maakt op de markt.
  4. Bij het ontwerp van nieuwe beleidsmaatregelen moet voldoende rekenschap worden gegeven van interacties met andere beleidsmaatregelen, in het bijzonder met subsidie en fiscale maatregelen met complementaire doelen, zoals beleid rondom hernieuwbare energie.

PBL Working paper 13