Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Voorlopige beoordeling van de luchtkwaliteit voor ozon in Nederland in het kader van de EU-regelgeving

Rapport | 20-02-2002

Voorafgaand aan de invoering van de derde EU-dochterrichtlijn, wordt de luchtkwaliteit, voor ozon, in de lidstaten beoordeeld.

Op basis van de metingen en de modelberekeningen blijkt dat in 2010 de streefwaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens en van ecosystemen niet worden overschreden. De ozonmeetwaarden per station voor de jaren 1997-2001 zijn getoetst aan de langetermijndoelstellingen voor de bescherming van de gezondheid van de mens en van ecosystemen. Hieruit blijkt dat deze in alle zones en agglomeraties worden overschreden. Daardoor worden alle zones en agglomeraties in het strengste regime (1) ingedeeld. Indien metingen de enige informatiebron zijn voor de beoordeling van de luchtkwaliteit voor ozon dan geldt volgens de derde dochterrichtlijn voor regime 1 een meetverplichting van 31 meetstations die worden verdeeld over locaties in stadsgebied (3), voorstadsgebied (12) en platteland/regionaal (16). Uit een vergelijking met de huidige aantallen en locaties van de ozonmeetstations in het LML blijkt dat er met name meetstations voor ozon en stikstofdioxide in voorstedelijk gebied, in zones en agglomeraties, bij moeten komen.

Auteur(s)Hammingh P ; Folkert RJM ; Smeets CJPP
Rapportnr.725601008
Publicatiedatum20-02-2002
Pagina's47
TaalEngels