Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Multi-gas emissieprofielen voor het stabiliseren van broeikasgas concentraties: Gevolgen voor emissies van het houden aan mondiale temperatuurdoelstellingen van 2 graden Celsius

Rapport | 24-02-2003

In dit rapport presenteren we twee broeikasgas emissieprofielen die leiden tot twee verschillende stabilisatieniveaus van concentraties. De multi-gas emissieprofielen zijn gebaseerd op het 'Global Warming Potential' (GWP) concept. De concentratieniveaus zijn berekend aan de hand van de som van de stralingsforcering van de Kyoto gassen (CO2, CH4, N2O en de F-gassen). Het profiel dat stabiliseert op 550 ppmv CO2-equivalenten resulteert in een temperatuurtoename tot onder de 2 graden Celsius wanneer de klimaatgevoeligheid wordt gevarieerd tussen de 1.5 graden Celsius en 2.5 graden Celsius. Bij hogere waardes van de klimaatgevoeligheid zal het profiel leiden tot hogere temperatuurtoenames, daarmee het EU-doel overschrijdend.

Klimaatgevoeligheid

De onzekerheidsband van de klimaatgevoeligheid is gesteld op 1.5 graden Celsius tot 4.5 graden Celsius. Dan blijkt dat het 2 graden Celsius doel bij het 650 ppmv stabilisatieprofiel alleen binnen bereik is als de klimaatgevoeligheid aan de lage kant zit van die onzekerheidsband. Om het temperatuurdoel van de 2 graden Celsius met grotere waarschijnlijkheid te kunnen halen, zou stabilisatie dus gericht moeten worden op 550 ppmv CO2-equivalenten. Zonder het toestaan van een overshoot betekent dit stringente restricties voor de mondiale emissies, die niet later mogen pieken dan 2015 - 2020. Deze conclusies zijn ook afhankelijk van de aannames in de zwavelemissies, die niet worden meegenomen in het GWP-concept. In deze studie blijkt de onzekerheid door zwavelemissies niet groter dan 0.3 graden Celsius te zijn, wat verwaarloosbaar is ten opzichte van de onzekerheid in de klimaatgevoeligheid.

Voor onze conclusies hebben we aangenomen dat de niet-CO2 broeikasgassen 100 ppmv CO2-equivalenten bijdragen aan de stabilisatieniveaus. Uit een gevoeligheidsanalyse blijkt dat variatie in de bijdrage van niet-CO2 broeikasgassen resulteert in een ander stabilisatieniveau (plusminus 50 ppmv) en ook een andere temperatuurtoename (plusminus 0.2 graden Celsius) in de komende 100 jaar. Dit wordt verklaard door het feit dat het gebruik van GWP's, met een 100-jarig tijdshorizon, ervoor zorgt dat de bijdrage van kortlevende gassen zoals methaan wordt onderschat. Dit effect is minder zichtbaar op de langere termijn (meer dan 100 jaar), maar zorgt ervoor dat het GWP-concept minder goed bruikbaar is om temperatuurdoelen te vertalen naar equivalente broeikasgas emissiedoelen.

Auteur(s)Eickhout B ; Elzen MGJ den ; Vuuren DP van
Rapportnr.728001026
Publicatiedatum24-02-2003
Pagina's50
TaalEngels