Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Tussenland

Rapport | 28-05-2004

Ingeklemd tussen stad en kanaal, tussen knooppunten van rijkswegen, bedrijventerreinen, industrie, akkerbouw, weilanden en kleine bosjes liggen vaak onbestemde gebieden. Zij markeren de ernstige vervaging van het onderscheid tussen stad en land: zij zijn geen van beide, maar tussenland. Omdat tussenland zich onttrekt aan planning wordt het vaak afgedaan als ongewenst. Toch is het een belangrijk en ook positief verschijnsel waarvan het beleid kan leren. Tussenland, dat zich vaker ondanks dan dankzij ruimtelijke regelgeving ontwikkelt, is een voorbeeld van wat wél goed gaat wanneer een strakke ordeningshand ontbreekt. Het biedt kansen aan mensen en bedrijven, die tot nu toe onvoldoende zijn benut.

Overheid mist kans in tussenland

Dat zijn de belangrijkste bevindingen van de studie 'Tussenland', die het Ruimtelijk Planbureau vandaag presenteerde. Uit handen van directeur Wim Derksen, nam directeur-generaal Ruimte van het ministerie van VROM, Ineke Bakker, het boek in ontvangst. Aan de presentatie droegen ook emeritus hoogleraar Frieling en architectuurhistoricus Vincent van Rossem bij.

Aan de hand van veldwerk, literatuuronderzoek, kaartanalyse en statistische gegevens brengen de auteurs, leden van het Atelier voor Ontwerp en Onderzoek 2003, in beeld en in kaart hoe tussenland te herkennen is. Onder welke omstandigheden ontwikkelt zich tussenland en welke potentie heeft het? Een zoektocht over desolate mijnterreinen in Opper-Silezië, door verlaten Scandinavische havens, en de dynamische Arnovallei in Italië, alsmede een zoektocht in Nederland door de Limburgse Mijnstreek, de Haarlemmermeer en de Brabantse Langstraat maken duidelijk dat er verschillende soorten tussenland, zijn: op lokaal en regionaal niveau, als langdurig of tijdelijk verschijnsel.

Angst voor tussenland is niet nodig, zo betogen de auteurs. Wil de ruimtelijke ordening profiteren van wat tussenland te bieden heeft, dan dient ze het bestaan ervan te erkennen en er in het bestaande systeem ruimte voor te maken. Daarvoor moet het worden beschouwd als een ruimtelijk verschijnsel dat zich onderscheidt van stad en land. Dit boek is dan ook vooral een pleidooi voor een nieuwe ruimtelijke categorie.

Auteur(s)Eric Frijters, David Hamers, Rainer Johann, Juliane Kurschner, Han Lörzing, Kersten Nabielek, Reinout Rutte, Peter van Veelen, Marijn van der Wagt
Publicatiedatum28-05-2004
ISBN90-5662-373-7
Pagina's304
TaalNederlands
OpmerkingenDe rapporten worden uitgegeven bij NAi Uitgevers te Rotterdam en zijn te bestellen via de boekhandel, telefonisch bij NAi Uitgevers (010 4401203) en via de website van het NAi.