Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

De nieuwe stad

Rapport | 19-12-2006
Omslag van de publicatie

Stedelijke centra, als de binnenstad maar ook nieuwe centra als de Amsterdamse Zuidas, worden steeds meer de plek waar mensen die afhankelijk zijn van intensieve rechtstreekse contacten, wonen, werken en elkaar ontmoeten. Het zijn ten eerste vooral de jonge, hoog opgeleide alleenstaande starters die bewust kiezen voor een leven als fulltime stedeling. Ten tweede worden deze stadscentra steeds meer het domein van de creatieve industrieën en de kleine gespecialiseerde kennisintensieve bedrijven met kenniswerkers die voor hun functioneren afhankelijk zijn van frequente face-to-face contacten. En ten derde worden de stadscentra steeds meer het domein van het publiek dat massaal op zoek gaat naar voorzieningen en naar elkaar.

Stedelijke centra steeds meer domein van jonge, hoogopgeleide kenniswerkers

In de studie is onderzocht in hoeverre de compacte stad nog een functie heeft als interactiemilieu voor werkers, bewoners en bezoekers. De afgelopen decennia hebben de compacte oude stadscentra immers een steeds groter deel van hun stedelijke centrumfuncties verloren, terwijl tegelijkertijd steeds meer mensen en bedrijven diezelfde centra hebben verlaten.

De nieuwe stadsbewoners zijn jong, maar bewonersbestand wordt gemengder

Het zijn vooral de jonge, hoog opgeleide alleenstaande starters die bewust kiezen voor een leven in de stad. De stad biedt hen gespecialiseerde onderwijsinstellingen en bedrijven die op hoog opgeleide professionals zijn ingesteld. Daarnaast zijn er in de stad voldoende ontmoetingsplaatsen, potentiële contactpartners en mogelijkheden om hun culturele en recreatieve behoeften te bevredigen.

Doordat een deel van deze mensen in de stadscentra blijft wonen nadat ze hun status als starter voor een andere hebben ingeruild, zullen de steden op den duur niet alleen aanzienlijke aantallen jonge starters herbergen, maar ook een meer gemengd bewonersbestand gaan vertonen.

In het beleid gericht op deze steden moet daarom in de eerste plaats aandacht zijn voor het in stand houden en verder uitbouwen van de roltrapfunctie van de stad, namelijk: mogelijkheden voor het volgen van hoger onderwijs én een ruim bestand aan banen voor kenniswerkers. Daarnaast moet de overheid ervoor zorgen dat er voldoende goedkope woon- en werkruimten zijn voor beginnende starters, evenals luxe stedelijke woningen voor hun succesrijke oudere soortgenoten.

Afhankelijkheid van face-to-face contact brengt kenniswerkers in stadscentra

De stadscentra worden steeds meer het domein van specifieke bedrijven die voor hun functioneren afhankelijk zijn van frequente intensieve face-to-face-contacten, namelijk de kenniswerkers en dan met name de op de alfa- en gammagerichte kenniswerkers: de creatieve industrieën en de kleine gespecialiseerde kennisintensieve bedrijven, kantoren en ateliers.

Hoewel de stedelijke centra dus juist voor kenniswerkers van essentieel belang zijn, stellen de onderzoekers dat niet alle naar revitalisering snakkende steden zich moeten richten op het aantrekken van creatieve industrieën of op kleinschalige zakelijke dienstverlening gerichte bureaus en hooggeschoolde jonge starters en carrièremakers. Veel steden doen dit nu wel maar de mogelijkheid dat dit succes oplevert, is beperkt. Slechts enkele steden lijken in dit opzicht kansrijk omdat zij voldoen aan enkele belangrijke voorwaarden: een ruim aanbod van kenniswerk en de beschikbaarheid van hooggespecialiseerde onderwijsinstellingen. De Nederlandse steden doen er dan ook beter aan zich te profileren op hun eigen sterke punten en zich te onderscheiden. Dit is realistischer dan voortzetting van het huidige beleid dat vooral is gericht op het nastreven van hetzelfde: kennis, creativiteit en innovatie.

Winkel- en uitgaanscentra floreren in oude stadskern

De stad is ook steeds meer het domein voor het publiek dat massaal de voorzieningen van de stad bezoekt. De aanwezigheid van instellingen voor universitair en hoger beroepsonderwijs, de aanwezigheid van kennisintensieve bedrijvigheid maar ook de aanwezigheid van een monumentale oude stadskern dragen ertoe bij dat een stad een florerende winkel- en uitgaansfunctie heeft. Verder worden goed functionerende publiekscentra gekenmerkt door intensieve contacten buitenshuis en een telkens wisselend omvangrijk publiek. Deze centra functioneren beter naarmate de aanwezige kantoren, scholen, uitgaansgelegenheden, winkels en culturele attracties dicht bij elkaar liggen. Daarbij moet worden voorkomen dat eetgelegenheden onder één dak worden gebracht met instellingen en bedrijven. Immers, de studenten en professionals die daar werkzaam zijn, zijn dan minder geneigd de straat op te gaan voor een maaltijd of een biertje. Het stedelijke, publieke leven wordt daarmee aangetast.

Alleen stadscentra behouden in toekomst compact karakter

Terwijl de stadscentra steeds meer de plek worden waar alleen die mensen wonen en werken die afhankelijk zijn van intensieve rechtstreekse contacten, vertrekken mensen en bedrijven die minder afhankelijk zijn van frequente contacten, naar de stadsranden of het ommeland. Hierdoor raken de stedelijke centra meer en meer omringd door niet-compact ingerichte woon- en werkmilieus. Zo ontstaan rondom de oude steden steeds meer stedelijke velden, die een veel geringere bebouwingsdichtheid kennen dan de stad.

Het begrip compacte stedelijkheid dat in het ruimtelijkeordeningsbeleid al decennialang een rol speelt, dient dan ook te worden afgeschaft als vanzelfsprekende eigenschap van de Nederlandse steden. Compacte stedelijkheid heeft in deze tijd nog slechts zin als stedenbouwkundig te realiseren kwaliteit binnen lokale stadscentra, om de mogelijkheden tot intensieve hoogwaardige face-to-face-interactie binnen en rondom deze centra te bevorderen. Voor het overige hebben woon- en werkmilieus die zijn gekenmerkt door suburbane of zelfs rurale dichtheden, nu de toekomst.

Internationale profilering van enkele stedelijke regio's

De Nederlandse stedelijke agglomeraties zijn klein in vergelijking met het buitenland. In het kader van de voortschrijdende internationalisering lijkt het daarom van belang enkele kansrijke agglomeraties te versterken. De kans is immers groot dat onze kleine stedelijke constellaties door de internationalering topfuncties zullen zien verdwijnen naar de global cities elders in de wereld.

In dit kader lijkt het goed om de ruimtelijke reikwijdte van enkele stedelijke regio's uit te breiden door deze te vervlechten met andere stedelijke regio's, zodat grotere stedelijke constellaties ontstaan met een meer metropolitaans agglomeratieniveau. Hiertoe moet zowel het regionale openbare vervoer worden verbeterd als de capaciteit van de autowegen in de betreffende regio's worden vergroot. Alleen zo kan de positie van stedelijk Nederland als cluster van knooppunten voor hoogwaardige interactie op regionaal, nationaal en internationaal niveau worden beschermd.

Auteur(s)Rob van Engelsdorp Gastelaars en David Hamers
Publicatiedatum19-12-2006
ISBN90 5662 592 6 / 978 90 5662 592 4
TaalNederlands
OpmerkingenDe rapporten en achtergrondstudies worden uitgegeven bij NAi Uitgevers te Rotterdam en zijn te bestellen via de boekhandel, telefonisch bij NAi Uitgevers (010 4401203) en via de website van het NAi.