Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Kennishubs in Nederland

Rapport | 04-07-2006
Omslag van de publicatie

Fundamenteel onderzoek op het gebied van kennisgedreven technologieën, als de biotechnologie en de ICT, concentreert zich in Nederland al jarenlang in een beperkt aantal regio's. Het zijn met name universiteitsregio's als Eindhoven, Leiden en Wageningen die fungeren als een knooppunt in een kennisnetwerk, ofwel: kennishub. Toch werken organisaties binnen dergelijke kennishubs slechts beperkt samen als het gaat om het doen van fundamenteel onderzoek. Internationale samenwerkingsrelaties zijn van veel groter belang.

Samenwerking fundamenteel onderzoek weinig regionaal georiënteerd

Kennis en innovatie zijn van steeds groter belang voor de economie. Veel regio's streven er dan ook naar hun positie binnen de internationale kennisnetwerken te verbeteren en tegelijkertijd de regionale inbedding van bedrijven en kennisinstellingen in de kennisgedreven sectoren te versterken. Zo presenteert Leiden zich als kenniscluster in de life sciences. Toch is dit soort kennisnetwerken nog maar zelden in kaart gebracht. Om in deze kennislacune te voorzien wordt in deze studie aan de hand van wetenschappelijke copublicaties in de periode 1988-2004 de ruimtelijke structuur geanalyseerd van kennisnetwerken, en hun dynamiek, binnen de kennisgedreven technologieën tussen Nederlandse regio's onderling en tussen Nederlandse regio's en het buitenland. Copublicaties zijn een goede graadmeter voor nieuwe wetenschappelijke kennis en samenwerking.

Sterke internationale oriëntatie op onderzoekssamenwerking

Onderzoekssamenwerking in kennisgedreven (science-based) technologieën is in Nederland veel meer internationaal georiënteerd dan regionaal. Ongeveer driekwart van de kennisrelaties wordt onderhouden met buitenlandse organisaties. Dit betekent niet dat kennis weglekt; in potentie profiteren Nederlandse organisaties eveneens van deze samenwerking met het buitenland. Het feit dat onderzoekssamenwerking zo sterk internationaal is gericht, betekent wel dat de kennisgedreven sectoren niet optimaal zijn gebaat bij beleid dat zijn pijlen alleen richt op de regio.

Kennishubs concentreren zich in universiteitsregio's

Het aantal kennishubs is in Nederland beperkt tot met name de universiteitsregio's. Zo zorgen de aanwezigheid van een technische universiteit en daarnaast de verschillende Philips-onderdelen en verwante bedrijven als ASML en FEI in Eindhoven respectievelijk verschillende TNO-instellingen in Delft, voor een sterke positie van deze regio's op het gebied van de physical sciences, met specialisaties in de elektronica en de informatie- en communicatietechnologie. De Randstad (Leiden, Utrecht, Amsterdam en in iets mindere mate Rijnmond) en Wageningen vormen de kennishubs voor de life sciences, waaronder de landbouw- en voedselchemie, de biotechnologie, de organische fijnchemie worden verstaan. Ook deze regio's hebben naast een universiteit een concentratie aan onderzoeksinstellingen en een combinatie van, in onderzoek actieve, grote bedrijven en relatief veel startende bedrijven op dit gebied.

Het zijn door de tijd steeds dezelfde regio's (met hun structuur, bedrijven en context) die binnen de brede sectoren van de life sciences en de physical sciences in het netwerk van belang zijn. Hiernaast lijkt een regio geen sterke positie te kunnen innemen in beide netwerken.

Ruimtelijke nabijheid heeft beperkt effect op samenwerking

Rond de vijftig procent van de samenwerkingsrelaties vindt plaats tussen wetenschappelijke instellingen, met name universiteiten. De ruimtelijke structuur van de kennisnetwerken wordt echter tevens bepaald door andere onderzoeksinstellingen en een concentratie van R&D-intensieve bedrijven binnen deze regio's. Samenwerking tussen universiteiten en bedrijven kent met name een nationale oriëntatie, terwijl samenwerking tussen universiteiten en overheidsinstellingen in Nederland plaatsvindt op regionaal of lokaal niveau. Samenwerking tussen dezelfde soort organisaties, zoals tussen universiteiten onderling, heeft juist een sterk internationaal karakter. Ruimtelijke nabijheid heeft dus slechts een beperkt effect op het patroon van samenwerking tussen en binnen Nederlandse regio's. Voor de op physical sciences gebaseerde technologieën blijkt ruimtelijke nabijheid zelfs geen enkel effect te hebben op de intensiteit van de samenwerking.

Nationaal beleid voor onderzoeksnetwerken meest zinvol

De regionale dimensie van de kenniseconomie moet, als het gaat om samenwerking bij fundamenteel onderzoek in kennisgedreven sectoren, dus niet worden overschat. Beleid dat onderzoekssamenwerking wil stimuleren is zinvoller op nationaal dan op regionaal niveau.

Auteur(s)Roderik Ponds en Frank van Oort
Publicatiedatum04-07-2006
ISBN90-5662-508-x/978-90-5662-508-5
Pagina's128
TaalNederlands
OpmerkingenDe rapporten en achtergrondstudies worden uitgegeven bij NAi Uitgevers te Rotterdam en zijn te bestellen via de boekhandel, telefonisch bij NAi Uitgevers (010 4401203) en via de website van het NAi.