Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Kritische drempels voor stikstof and dynamische modellering

Rapport | 08-01-2008
Foto van Bos

Het risico op vermesting in Europa, ook in Natura 2000 gebieden, wordt in dit rapport onderstreept. Een onzekerheidsanalyse, methodologisch geïnspireerd door de IPCC, met toepassing van de eerste gegevensverzameling van empirische grenswaarden voor stikstofdepositie leidt tot deze conclusie. Het Coordination Centre for Effects (CCE) is, ook dankzij samenwerking met het netwerk van de conventie voor grensoverschrijdende luchtverontreiniging (LRTAP), beter in staat het vermestingrisico (zowel in ruimte als in tijd) in te schatten. Het CCE kan hiermee het Europese luchtbeleid beter ondersteunen.

Empirisch vastgestelde grenswaarden voor stikstofdepositie bevestigen overschrijdingen in heel Europa

Empirisch vastgestelde kritische drempels (critical loads) voor stikstofdeposities op gevoelige ecosystemen in Europa zijn hoger dan de bekende, gemodelleerde grenswaarden. Maar de overschrijdingen, en daarmee de risico’s op vermesting, komen volgens beide methoden voor in veelal dezelfde gebieden in Europa. Ecosystemen in Natura2000-gebieden zijn bij de empirische benadering niet systematisch verschillend van de overige gebieden.

De gemodelleerde kritische drempels voor stikstof zijn gebaseerd op een grenswaarde voor de uitspoeling van stikstof. Met behulp van een massabalans is deze hoeveelheid om te rekenen in een drempelwaarde voor de depositie.

Empirische kritische drempels zijn afgeleid van geconstateerde effecten op ecosystemen die optreden bij een (additionele) stikstofdepositie, en maken nu dus ook mogelijk de koppeling van critical loads aan concrete biologisch effecten (eindpunten) mogelijk.

Door toepassing van de methode waarop de FCCC-IPCC met onzekerheden omgaat, is een kaart gemaakt van de waarschijnlijkheid van overschrijdingen van de kritische drempels. Deze kaart laat zien dat die overschrijdingen in veel gebieden in Europa waarschijnlijk zijn.

Dynamische modellering van bodemchemie verbeterd

Dankzij de levering van data en de vergelijking van resultaten van dynamische modellering is de toekomstige bodem- en/of waterchemie bekend bij een willekeurig scenario van nationale emissies, dat ligt tussen het huidige beleid en wat maximaal technisch haalbaar is. Deze gegevens kunnen worden gaan ingevoerd in Europees brede toepassingen van dynamische vegetatie modellen. Daardoor zullen we meer te weten komen over de effecten (op bijvoorbeeld biodiversiteit) van overschrijding en in het bijzonder over de indicatoren en kritische grenswaarden.

Nieuwe, geharmoniseerde bodemgebruikkaart is opgesteld

Bodemgebruik is van belang voor veel aspecten binnen de conventie voor grensoverschrijdende luchtverontreiniging (LRTAP) van belang zijn. Met de introductie van deze nieuwe bodemgebruikkaart worden toepassingen van bodemgebruik verbeterd. Ook is er meer overeenstemming in de bodemgebruikgegevens die binnen de conventie worden gebruikt.

Belangrijke stap in betere ondersteuning van Internationale beleidsprocessen

Deze resultaten vormen de voorbereiding op een nieuwe oproep aan de NFC’s ter ondersteuning van een mogelijke revisie van het Gothenburg Protocol uit 1999 en een mogelijke herziening van de thematische strategie luchtverontreiniging van de Europese Commissie.

Nieuwe aspecten van deze ‘call’ zijn de aparte toepassing van empirische drempelwaarden van stikstofdeposities, speciale aandacht voor Natura-2000-gebieden, en het formaat van de resultaten van dynamische modellering, waardoor die direct toegepast kunnen worden bij het geïntegreerd doorrekenen van beleidsopties.

Dit rapport is het resultaat van de samenwerking in 2006/2007 tussen het Coordination Centre for Effects (CCE) en zijn National Focal Centres (NFC’s) waarin de 'call for data' voor stikstofgerelateerde gegevens centraal stond. Het niet-definitieve karakter dat de ‘call’ had, maakte het mogelijk de laatste wetenschappelijke kennis te toetsen en de NFC’s daarmee ervaring te laten opdoen.

Auteur(s)Slootweg J ; Posch M ; Hettelingh JP (eds)
Rapportnr.500090001
Publicatiedatum08-01-2008
ISBN9789069601755
Pagina's201
TaalEngels