Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Koolstof (EC/OC) concentraties zoals afgeleid uit routinematige PM-metingen

Rapport | 17-12-2009
Foto van elementaire koolstof in de vorm van bruinkool

Fijn stof in Nederland bestaat voor twintig tot dertig procent uit koolstof zo is uit metingen gebleken. Het koolstofdeel van fijn stof wordt tegenwoordig als bijzonder gezondheidsrelevant gezien. De toename van de concentratie koolstof van het buitenstedelijke gebied naar straten in steden bedraagt 2 tot 3 µg/m³. Deze toename wordt toegeschreven aan de bijdrage van verkeer als een bron van koolstof.

Koolstof en fijn stof

Het koolstofgehalte van fijn stof is bepaald op een zestal meetstations gedurende een jaar. Dit was deel van een groter onderzoek naar de samenstelling en bronnen van PM10 en PM2.5 in Nederland. De bijdrage van koolstof aan fijn stof wordt vanuit het oogpunt van bronherkenning veelal onderverdeeld in een bijdrage van elementair koolstof (EC) en organisch koolstof (OC) De koolstofverbindingen zijn van belang, omdat vooral deze bestanddelen met de gezondheidseffecten van fijn stof worden geassocieerd. Tegelijkertijd is er nog maar relatief weinig bekend over de bijdrage ervan aan fijn stof en het verloop ervan in de tijd en ruimte. Koolstofverbindingen komen als fijn stof vrij bij verbrandingsprocessen zoals bij verkeer; ook worden ze chemisch tot fijn stof omgezet in de lucht. Een deel van het koolstof is van natuurlijke oorsprong. Deze studie brengt voor Nederland de bijdrage van EC en OC aan fijn stof in kaart. De meting van EC en OC gaat gepaard met grote onzekerheden. Daarom is extra aandacht besteed aan de meettechniek en de robuustheid ervan.

Bijdrage van koolstof en koolstofverbindingen aan PM10 en PM2.5

Het fijn stof is verzameld volgens de referentiemethode om fijn stof te meten. De gemiddelde koolstofbijdrage van EC en OC aan fijn stof is ongeveer 5 µg/m³ voor PM10 en 4 µg/m³ voor PM2.5. Hier komt nog eens dertig procent bij als de andere elementen van de koolstofverbindingen, zoals zuurstof en waterstof, worden meegerekend: voor PM10 varieert dan de bijdrage tussen 5 µg/m³ in het buitenstedelijke gebied tot 7,5 µg/m³ op de straatstations. De toename in de bijdrage van buitenstedelijk naar stadstraat, van 2.5 µg/m³, blijkt vooral door een toename van EC te komen. Uit een vergelijking met metingen door de GGD Amsterdam blijkt dat het totaal aan koolstof een robuuste maat is. De onderverdeling in EC en OC is onzekerder.

Meer informatie

Deze publicatie is gemaakt door ECN met medewerking van RIVM en GGD Amsterdam en is onderdeel van het Nederlands onderzoeksprogramma fijn stof (BOP).

Auteur(s)Brink HM ten ; Weijers EP ; Arkel FT van ; Jonge D de
Rapportnr.500099005
Publicatiedatum17-12-2009
ISSNISSN 1875-2322 (print); 1875-2314 (on line)
Pagina's60
TaalEngels