Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Nationale Landschappen: gebrek aan concrete richtlijnen en kwaliteitscriteria

Het Rijk heeft in de Nota Ruimte twintig Nationale Landschappen aangewezen die uniek zijn in de wereld of kenmerkend zijn voor Nederland. Voor elk Nationaal Landschap heeft het Rijk drie zogeheten kernkwaliteiten vastgesteld en aan de provincies gevraagd om deze uit te werken. Voorbeelden van deze kernkwaliteiten zijn openheid, groen karakter, kenmerkende verkaveling, aardkundige waarden en kleinschaligheid. Bouwen in de Nationale Landschappen mag alleen onder het ‘ja, mits’-regime, dat wil zeggen als kernkwaliteiten behouden blijven of verder worden ontwikkeld. Of dit in de praktijk ook gebeurt, is de vraag.

 

De kernkwaliteit ‘openheid’ kan tot meer dan 10% afnemen als concrete bouwplannen uit de Nieuwe Kaart van Nederland worden uitgevoerd.

Uitwerking kernkwaliteiten essentieel

Het Rijk kan het ‘ja, mits’-regime alleen toepassen als provincies de kernkwaliteiten uitwerken, bijvoorbeeld door ze op kaarten weer te geven. Bij de vraag aan de provincies om de kernkwaliteiten van hun Nationale Landschappen uit te werken, heeft het Rijk echter niet duidelijk aangegeven aan welke eisen deze uitwerking moet voldoen. Veel provincies hebben de kernkwaliteiten vervolgens slechts globaal beschreven en niet zo concreet uitgewerkt dat gemeenten ze kunnen opnemen in bestemmingsplannen. Het gevolg is dat kernkwaliteiten nog nauwelijks een rol spelen bij ruimtelijke afwegingen. Intussen blijkt in de praktijk dat veel kernkwaliteiten onder druk staan door zowel bouwplannen als de vraag naar schaalvergroting in de landbouw.

In het programma Mooi Nederland heeft het Rijk met de provincies afgesproken om in drie pilots de kernkwaliteiten concreter uit te werken. Omdat deze pilots momenteel worden uitgevoerd, is niet te zeggen of ze de eerdergenoemde problemen zullen oplossen.

Uit een analyse van bouwplannen blijkt dat er in veel Nationale Landschappen plannen zijn op plaatsen met kernkwaliteiten. Het gaat hier om cultuurhistorische en aardkundige waarden. Deze kernkwaliteiten kunnen niet worden teruggebracht of gecompenseerd, omdat ruimtelijke ingrepen hier onomkeerbaar zijn. Sommige beplanting of waterlopen bijvoorbeeld, kunnen weliswaar in de nieuwe bebouwing worden opgenomen, maar ze verliezen daarmee wel hun landschappelijke context. .

Schaalvergroting landbouw op gespannen voet met behoud kernkwaliteiten

Schaalvergroting in de landbouw kan het moeilijker maken om kernkwaliteiten te behouden. Uit diverse onderzoeken naar hoe de landbouw zich tot circa 2020 gaat ontwikkelen, komt naar voren dat de landbouw een forse schaalvergroting zal doormaken. Hierdoor zal het aantal bedrijven snel afnemen. Provincies kunnen op deze druk inspelen door de spanning tussen schaalvergroting en behoud van kernkwaliteiten in beeld te brengen en kaders te stellen. Zo is ook voor agrariërs duidelijk in hoeverre schaalvergroting kan plaatsvinden.

Duidelijkheid gewenst

Onduidelijkheid over de uitwerking van de kernkwaliteiten, plus de druk op de kernkwaliteiten door bouwplannen en de schaalvergroting in de landbouw maken het onzeker of het Rijk met het huidige beleid het doel van behoud of versterking van kernkwaliteiten zal halen. Om de provincies op weg te helpen, zou het Rijk de kaders vooraf duidelijk kunnen formuleren, duidelijker in elk geval dan in de ontwerp-Algemene Maatregel van Bestuur Ruimte. Nu hangt het van de uitwerking per provincie af of gemeenten de kernkwaliteiten in hun bestemmingsplannen kunnen opnemen.