Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

De betekenis van TEEB voor Nederland

Rapport | 05-04-2010
Foto van helmgras op een duin met de Noordzee op de achtergrond

Ecosysteemdiensten zijn door de natuur aan mensen geleverde diensten. Een voorbeeld hiervan is de bescherming tegen overstromingen door duinen. Vaak ontbreken markten of functioneren markten gebrekkig. De waarde van ecosysteemdiensten is dan moeilijk in geld uit te drukken. Dan bestaat het risico dat de waarde die mensen hechten aan ecosysteemdiensten niet of onvolledig wordt meegewogen in de besluitvorming van de overheid.

Waarde van natuur niet altijd in geld uit te drukken

De betekenis van 'The Economics of Ecosystems and Biodiversity' voor Nederland – advies aan de Taskforce Biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen.

'The Economics of Ecosystems and Biodiversity' (TEEB) is een door de VN uitgebrachte internationale studie naar de kosten en baten van biodiversiteit. Het doel is om meer inzicht te krijgen in de mondiale opbrengst van biodiversiteit, de kosten van achteruitgang van ecosystemen en de kosten van bescherming van biodiversiteit. Daarnaast doet het TEEB-rapport een aantal voorstellen voor concrete beleidsinstrumenten.

In Nederland is door de ministers van VROM, LNV en OS de Taskforce Biodiversiteit en Natuurlijke Hulpbronnen ingesteld om te zoeken naar de beste manieren en methoden voor duurzaam gebruik van biodiversiteit. De Taskforce heeft het PBL gevraagd aan te geven welke aanbevelingen uit het TEEB-rapport in Nederland al worden toegepast, waar intensivering mogelijk is en wat nieuw is.

Ecosysteemdiensten: waardevol concept, vertaling naar euro’s riskant

Het TEEB-rapport pleit voor meer aandacht voor het meten en in geld uitdrukken van ecosysteemdiensten. Daardoor kan het maatschappelijk belang van deze diensten duidelijker worden. Ecosysteemdiensten zijn diensten die de natuur levert, zoals de opslag van CO2 door bossen of de bescherming tegen overstromingen door duinen. In Nederland zijn al veel cijfers over natuur en milieu beschikbaar, maar nog niet volgens het concept van ecosysteemdiensten. Zo is de mate van bodemerosie weliswaar vaak lokaal bekend, maar deze wordt nog niet in relatie tot begroeiing gezien. Ook het overstromingsrisico van rivieren en de zee is door Rijkswaterstaat uitgebreid benoemd en geschat, maar dit risico is slechts ten dele in verband gebracht met ecosystemen.

Het PBL vindt het belangrijk dat de waarde van ecosysteemdiensten meegenomen wordt in de besluitvorming, maar zet op dit moment vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van het in geld uitdrukken van die waarde. Naast dat ecosysteemdiensten nog niet gemeten worden maakt het ontbreken van prijzen het lastig om de waarde van ecosysteemdiensten in geld uit te drukken. De prijzen die er zijn geven bovendien de schaarste op lokaal niveau weer. Vertaling naar de landelijke of zelfs mondiale waarde is niet goed mogelijk.

Alternatief : natuurpunten

Om de effecten van ingrepen in de natuur expliciet in beslissingen over bijvoorbeeld de aanleg van een weg of een woonwijk mee te kunnen wegen, heeft het PBL een methode ontwikkeld op basis van natuurpunten. Hiermee kan in ieder geval de ethische waarde van natuur worden meegenomen in de besluitvorming. Deze methode kan onder andere gebruikt worden in maatschappelijke kosten-batenanalyses van grote projecten. De afweging tussen in natuurpunten gemeten veranderingen in de biodiversiteit en de voor- en nadelen van projecten die wel in euro’s zijn uit te drukken, hoort thuis in het politieke besluitvormingsproces.

Nederland past prijsprikkels al toe, maar zou dat meer kunnen doen

Subsidies voor agrarisch en particulier natuurbeheer worden al volop gebruikt om terreinbeheerders en boeren te stimuleren. Er zijn meer van dit soort financiële prikkels, maar deze zijn niet gericht op het benutten en in stand houden van ecosysteemdiensten. Boeren en natuurbeheerders zouden bijvoorbeeld betaald kunnen worden voor het bergen en/of zuiveren van water, gefinancierd door burgers die daarvan profiteren. De hervorming van het Europese gemeenschappelijke landbouwbeleid biedt kansen om agrariërs te belonen voor andere ecosysteemdiensten dan voedselproductie.

Ook zou het bestaande regulerende en stimulerende beleid voor behoud van biodiversiteit zich meer kunnen richten op ecosysteemdiensten.

Tegengaan van ‘perverse’ prikkels

Het Nederlandse beleid kent ook maatregelen die leiden tot extra productie en/of consumptie. Voorbeelden zijn het niet heffen van accijns op kerosine en directe productiesteun vanuit het Europese landbouwbeleid. Dergelijke maatregelen hebben vaak negatieve (bij)effecten op de natuur. Door dergelijke ‘perverse’ prikkels aan te passen, te verminderen of af te schaffen, kan de druk op ecosysteemdiensten verminderen. De overheid kan in het bijzonder het ‘vervuiler-betaalt-principe’, het ‘volledig-kosten-herstel-principe’ en het ‘profijt-beginsel’ intensiveren.

Regulerende maatregelen bijven noodzakelijk

Beprijzing van ecosysteemdiensten is vooralsnog maar gedeeltelijk mogelijk. Daarom is ook regulering in de vorm van verboden, geboden en technische voorwaarden nodig. Ook bescherming van natuurgebieden via aankoop blijft een effectieve maatregel. In combinatie met investeringen in de ecologische infrastructuur kan aantasting van het ecologisch kapitaal worden voorkomen. Dure herstelmaatregelen zijn dan niet nodig.

Keurmerken kunnen gedragsverandering bewerkstelligen

Naast prijsprikkels en regels kunnen ook afspraken met producenten worden gemaakt om hun producten op een minder natuurbelastende manier te maken. En keurmerken kunnen, gesteund door publiciteit, gedragsveranderingen bij burgers bewerkstelligen die gunstig zijn voor de biodiversiteit.

Auteur(s)Heide, M van der; Arjan Ruijs, A.
Rapportnr.500414005
Publicatiedatum06-04-2010
Pagina's6
TaalNederlands