Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

State of the Environment Report 2010 (SOER-2010)

Rapport | 30-11-2010
Logo van SOER 2010

Vergroening van de economie is nodig om onze samenleving weerbaar te maken tegen de aanhoudende uitputting van grondstoffen, natuurlijke hulpbronnen en ecosysteemdiensten. Het huidige milieu- en natuurbeleid in Europa is wel effectief maar nog traag en gefragmenteerd. Er is een toenemende behoefte aan meer integratie van acties op verschillende beleidsterreinen.Dat blijkt uit het State of the Environment Report 2010 (SOER-2010) van het Europees Milieuagentschap (EEA), dat op 30 november werd gepubliceerd. De Nederlandse bijdragen aan dat rapport zijn gecoördineerd door het PBL en zijn gebaseerd op informatie uit de Milieubalans 2009 en het Compendium voor de Leefomgeving.

Nederland vergeleken met de rest van Europa

Het SOER-2010 rapport maakt het mogelijk de milieuprestaties van landen onderling te vergelijken. Op een aantal milieudossiers loopt Nederland goed in de pas met Europese landen, soms wijken we duidelijk af. Zo is Nederland veruit Europese koploper in het hergebruiken van afval. Wij storten nog maar 2% van ons afval, terwijl het EU27-gemiddelde op 40% ligt. Bij de toepassing van hernieuwbare energie (2% in 2007) loopt Nederland ver achter bij het Europese gemiddelde (10%) en bij koplopers als Zweden (43%) en Letland (30%). De emissie van broeikasgassen daalde tussen 1990 en 2008 in Europa met 11% terwijl die in Nederland met 3% afnam, tegen 20% reductie in Duitsland . De broeikasgasemissies per eenheid bruto binnenlands product (BBP) liggen in Nederland wel dicht onder het Europese gemiddelde. Dat betekent dat Nederland zijn voorsprong in CO2-efficiëntie de laatste jaren is kwijtgeraakt. De beschikbaarheid van water is in Nederland veel groter dan in andere delen van Europa maar het jaarlijkse gebruik, als percentage van de langjarige voorraden, neemt wel toe.

Biodiversiteit onder druk

Het natuurbeleid in Europa beschermt bedreigde planten- en diersoorten. Het lucht- en waterbeleid heeft de milieudruk op planten, dieren en mensen verminderd. Toch is het doel om de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen niet bereikt. Dat komt doordat landbouwgronden steeds intensiever gebruikt worden, natuurlijke leefgebieden verloren gaan en overbevissing van Europese wateren doorgaat.

Figuur: Lijngrafiek biodiversiteit 1700-2000;In Nederland is het verlies van biodiversiteit groter dan elders

In Nederland is het verlies van biodiversiteit groter dan elders. Van de gemiddelde populatie-omvang van alle inheemse planten- en diersoorten (mean species abundance) is in Nederland nog maar 15% over. Op wereldschaal is dat nog 70% en in Europa circa 50%, zie bovenstaande figuur. Sinds 1900 gaat de natuur in Europa sterk achteruit.

Systeemrisico’s

De Nederlandse ambities voor ambitieus natuur- en milieubeleid zijn de laatste tijd neerwaarts bijgesteld. De analyses van het EEA laten echter zien dat de argumenten voor een ambitieus natuur- en milieubeleid eerder sterker worden dan zwakker. De mondiale behoefte aan grondstoffen om mensen te voeden, te kleden, te huisvesten en te vervoeren groeit steeds sneller. Deze groeiende behoefte aan natuurlijke hulpbronnen oefent een toenemende druk uit op ecosystemen, economieën en sociale cohesie, zowel binnen als buiten Europa. In dit verband vreest het EEA zelfs voor systeemrisico’s als niet tijdig wordt ingegrepen. Klimaatverandering is het meest zichtbare teken van systeeminstabiliteit tot nu toe, maar andere natuurlijke systemen kunnen ook ontregeld raken. Goed ontworpen milieubeleid kan – volgens het EEA – natuurlijke systemen en het Europese milieu beschermen zonder het Europese groeipotentieel te beperken.

Bio-energie vraagt om een geïntegreerde aanpak

In de Balans van de Leefomgeving 2010 signaleerde PBL al dat het gebruik van biobrandstoffen in het verkeer wel eens tot meer broeikasgassen zou kunnen leiden dan tot minder. Ook het EEA waarschuwt hiervoor, met name in gevallen waar bos of grasland omgezet wordt in akkerland voor energiegewassen. Bovendien tast dat landschappen en biodiversiteit aan en doet dat een extra beroep op watervoorraden, vaak in regio’s waar water al schaars is. Een verantwoord gebruik van bio-energie vergt daarom een geïntegreerde aanpak, die rekening houdt met velerlei neveneffecten en met belangen van alle betrokken partijen. Een groeiende vraag naar biobrandstoffen zal in toenemende mate concurreren met de groeiende vraag naar voedsel, veevoer, industriële bio-grondstoffen en ruimte voor recreatie en natuur. Dat vergroot het belang van goed bodembeheer en van efficiënter grondstoffengebruik. Dat vereist forse technologische innovaties maar ook aanpassingen van productie- en consumptiepatronen.

Meer informatie op de website van Europees Milieuagentschap:

Auteur(s)Europees Milieuagentschap (EEA)
Publicatiedatum30-11-2010
Pagina's223
TaalEngels