Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Van bestrijden naar begeleiden: demografische krimp in Nederland

Rapport | 02-12-2010
Foto van een leegstaand rijtjeshuis

Steeds meer gemeenten en regio's krijgen de komende twintig jaar te maken met een afname van het aantal inwoners, huishoudens en potentiële beroepsbevolking. Deze demografische krimp heeft gevolgen voor de woningmarkt, arbeidsmarkt en bedrijvigheid. Gemeenten moeten zich hier nu al op voorbereiden. Niet alleen door aanpassing van woningbouwplannen, maar ook door aanpassing van economisch en ruimtelijk beleid. De beste strategie daarbij is de krimp te accepteren en te begeleiden, en niet - zoals gemeenten vaak geneigd zijn te doen - de krimp te bestrijden.

In het rapport 'Van bestrijden naar begeleiden; demografische krimp in Nederland. Beleidsstrategieën voor huidige en toekomstige krimpregio’s’ gaat het PBL in op de gevolgen van demografische krimp op de lokale woningmarkt en regionale economie. Ook kijkt het planbureau naar de wijze waarop gemeenten in de krimpregio’s Parkstad Limburg, Eemsdelta en Zeeuws-Vlaanderen omgaan met krimp. Op basis daarvan doet het planbureau aanbevelingen voor het rijk, provincies en gemeenten in zowel de drie huidige krimpregio’s als de regio’s die op termijn te maken krijgen met krimp, in het bijzonder de regio's die dit jaar door het Rijk zijn benoemd tot 'anticipeerregio's': Midden- en Noord-Limburg, Oost-Drenthe, Achterhoek, Twente, kop van Noord-Holland, Noordoost- en een deel van West-Friesland, Schouwen-Duiveland, Groene Hart, West-Brabant en de regio Goeree-Overflakkee/Voorne-Putten/Hoeksche Waard.

Potentiële beroepsbevolking neemt in vrijwel alle gemeenten af

Veel gemeenten zijn zich er niet van bewust dat zij in de nabije toekomst met krimp te maken krijgen. Volgens de regionale bevolkingsprognose van het PBL en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) krijgt in de periode tot 2040 een derde van alle Nederlandse gemeenten te maken met een afname van het inwonertal; zo'n tien procent met een afname van het aantal huishoudens en vrijwel alle gemeenten met een afname van de potentiële beroepsbevolking (personen tussen de 20 en 64 jaar). Krimp blijft dus niet beperkt tot de huidige krimpregio’s, maar is in deze regio’s wel omvangrijker dan in andere delen. In Parkstad Limburg zal tussen 2009 en 2040 de potentiële beroepsbevolking met bijna 50 duizend afnemen, in de Eemsdelta met 12 duizend en in Zeeuws-Vlaanderen met 17 duizend personen.

Krimp bestrijden is niet effectief

Het PBL benadrukt dat gemeenten in regio's die de komende twintig jaar te maken krijgen met demografische krimp veel problemen kunnen voorkomen of beperken door tijdig op de krimp te anticiperen. Zij kunnen veel leren van de ervaringen van gemeenten in regio's die nu al met krimp te maken hebben. In deze regio's is niet op krimp geanticipeerd, maar gereageerd. In eerste instantie is geprobeerd de krimp te keren door nieuwe bewoners en bedrijven aan te trekken. Dit bleek niet te werken, waardoor -naarmate de krimp zich verder voltrok - meer gemeenten overgingen op het accepteren van de krimp en het begeleiden van de gevolgen daarvan op de woningmarkt. In Parkstad Limburg en de Eemsdelta hebben de gemeenten nu op regionaal niveau afgesproken hun woningbouwplannen aan te passen. De ervaringen uit deze regio's leren echter dat de aanpassing van krimp bestrijden naar krimp begeleiden geen gemakkelijk proces is.

Nauwelijks aandacht voor demografische krimp in economisch beleid

Op economisch terrein bereiden gemeenten zich nog nauwelijks voor op krimp, terwijl de gevolgen daarvan al snel merkbaar zullen zijn. De afname van het aantal inwoners en huishoudens betekent een kleinere lokale afzetmarkt en kan leiden tot een overaanbod aan voorzieningen, zoals winkels, kantoren of scholen. Dit kan leegstand tot gevolg hebben. De afname van de potentiële beroepsbevolking zal leiden tot een geringer aanbod aan arbeidskrachten, concurrentie om arbeidskrachten of zelfs een tekort. Dit betekent echter niet dat hierdoor ook de werkloosheid daalt, omdat vraag en aanbod aan arbeidskrachten vaak niet goed op elkaar aansluiten. Ook de uitvoering van economisch beleid kan moeilijk worden. Zo zal de herstructurering van bedrijventerreinen in krimpregio’s lastig zijn omdat het meestal geen optie is om deze terreinen te transformeren tot woonwijken. Er is immers nauwelijks vraag naar woningen.

Tijdig beginnen met voorbereiden op krimp

Gemeenten in anticipeerregio's moeten zo snel mogelijk beginnen met het voorbereiden op krimp. Dit dient in regionaal verband te gebeuren, zodat gemeenten niet met elkaar gaan concurreren om dezelfde bewoners en bedrijven. Dat kan namelijk leiden tot onrendabele investeringen en leegstand. Anticiperen op krimp kan door woningbouwprogramma's en plannen voor retail en bedrijventerreinen bij te stellen. Door voorzieningen meer te concentreren en door het stimuleren van sloop en herstructurering van woonwijken, winkelgebieden en bedrijventerreinen. Een toekomstig tekort aan arbeidskrachten kan wellicht voor een deel voorkomen worden door scholing of door groepen niet-werkenden (zoals ouderen) te stimuleren om te gaan werken. Ook de te verwachten stijging van de arbeidsproductiviteit kan bijdragen aan een oplossing voor het tekort.

Rijk nog te veel gericht op groei

Rijk en provincies kunnen de gemeenten in de krimpgebieden en anticipeerregio's ondersteunen bij het anticiperen op en begeleiden van krimp door hen te stimuleren regionale plannen voor wonen, retail en bedrijventerreinen te maken, waarbij dan niet alleen publieke maar ook private partijen betrokken zijn.

Krimp dwingt de hogere bestuurslagen (Rijk en provincies) ertoe ook haar eigen beleid bij te stellen. Ondanks de aandacht die er tegenwoordig is voor krimp, is het ruimtelijke, economische en woningmarktbeleid nog te eenzijdig gericht op het stimuleren en mogelijk maken van groei.

Gezien de demografische ontwikkeling zouden krimpregio's vooral moeten investeren in behoud en versterking van de leefomgeving door zich te richten op de bevolking en bedrijvigheid, die al aanwezig is in de regio's. Rijk en provincies kunnen hen daartoe stimuleren.

Figuur: 2 kaarten van Nederland met daarin de krimp van de potentiële beroepsbevolking per regio aangegeven

Figuur: 2 kaarten van Nederland met daarin de krimp van de bevolking en huishoudens per regio aangegeven.

Auteur(s)Femke Verwest; Frank van Dam
Publicatiedatum02-12-2010
ISBN978-90-78645-54-2
Pagina's109
TaalNederlands