Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Roads from Rio+20: paden naar mondiale duurzaamheidsdoelen voor 2050

Rapport | 14-05-2012
Luchtfoto van Rio de Janeiro, Brazilië

Dit rapport analyseert hoe combinaties van technische maatregelen en veranderingen in consumptiepatronen zouden kunnen bijdragen aan het realiseren van een aantal duurzaamheidsdoelen. Het rapport kijkt daarbij met name naar de samenhang tussen deze maatregelen.

In potentie kunnen alle doelen gerealiseerd worden. Cruciaal zijn hierbij de institutionele en bestuurlijke structuren die de noodzakelijke veranderingen tot stand kunnen brengen om deze doelen te halen. Het rapport stelt een pragmatische benadering voor, gebaseerd op:

  • een gedeelde toekomstvisie voor 2050
  • versterkte kortetermijndoelen, afgeleid van het langetermijndoel
  • krachtig overheidsbeleid dat voortbouwt op de kracht in de samenleving van zowel burgers als bedrijven

Zonder extra inspanning worden doelen niet gehaald

In 1992 kwamen regeringen over de hele wereld overeen om te streven naar een duurzamere ontwikkeling die armoede zou uitroeien, klimaatverandering stoppen en ecosystemen beschermen. Hoewel op sommige terreinen vooruitgang is geboekt, hebben inspanningen op andere, cruciale gebieden van duurzame ontwikkeling de negatieve trends niet kunnen ombuigen – denk aan toegang tot voldoende voedsel en moderne energiebronnen, klimaatverandering, biodiversiteit en luchtverontreiniging. Zonder extra inspanning zullen deze duurzaamheidsdoelen ook in 2050 niet gehaald worden.

Duurzaamheidsdoelen zijn potentieel haalbaar

Er zijn alternatieve paden waarlangs duurzaamheidsdoelen gehaald zouden kunnen worden. Voor al deze paden zijn radicale veranderingen nodig. Deze studie formuleert een aantal duurzaamheidsdoelen en analyseert de inspanningen en maatregelen die nodig zijn om deze te halen. Deze doelen zijn afgeleid van bestaande internationale verdragen (zoals de Millenniumdoelstellingen, het Internationale Klimaatverdrag en Internationale Biodiversiteitsverdrag).

Uitroeien van honger en zorgen voor stabiele voedselvoorziening met behoud van biodiversiteit

Om een groeiende en steeds welvarender wereldbevolking te voeden moet voedselproductie tussen 2010 en 2050 met ongeveer 60 procent toenemen. De verwachte vertraging in de toename van landbouwproductie, de toenemende vraag naar bio-energie en houtproducten en klimaatverandering zou kunnen resulteren in toenemende concurrentie over landgebruik en bijbehorende gevolgen voor biodiversiteit en voedselvoorziening. Mogelijkheden om dit te voorkomen zijn onder andere beleid rond landgebruik, veranderingen in dieet, vermindering van verspilling en snellere groei van opbrengsten.

Figuur:  staafdiagram beschermde gebieden per regio met de verwachte resultaten van de verschillende paden (scenario's)

Bij het “Global Technology” pad komt verreweg de grootste bijdrage door een toename van de landbouwproductie op hoogproductieve landbouwgrond. Bij het “Consumption Change” pad betekent een aanzienlijke afname van de consumptie van vlees en eieren én een afname van de verspilling dat er minder landbouwproductie nodig is. Daarmee kan het verlies aan biodiversiteit worden tegengegaan. Bij het “Decentralised Solutions” pad levert het vermijden van fragmentatie een grote bijdrage, door meer ecologisch te verbouwen en door de uitbreiding van de infrastructuur terug te dringen.

Universele toegang tot moderne energiebronnen, zonder verdergaande klimaatverandering en luchtvervuiling

Net als bij voedsel neemt naar verwachting energieproductie in de komende vier decennia toe met circa 60 procent. Toegang tot moderne energiebronnen moet worden verbeterd. Tegelijkertijd zou echter de uitstoot van broeikasgassen met de helft moeten verminderen om de 2e doelstelling te halen om klimaatverandering te beperken. Er zijn verschillende opties mogelijk om dit te bereiken, waaronder efficiencyverbetering, gebruik van hernieuwbare energie, en CO2 opvang en opslag. Om de langetermijndoelen te halen kunnen vier korte termijn beleidsprioriteiten worden gesteld:

  1. vergroot de inspanningen om tot universele toegang tot moderne energiebronnen te komen
  2. zorg dat mondiale uitstoot van broeikasgassen uiterlijk in 2020 begint te dalen
  3. introduceer gerichte beprijzingsinstrumenten
  4. zorg voor voldoende financiering en hervorming van internationaal klimaatbeleid, ook voor onderzoek en ontwikkeling.

Prioriteiten binnen deze vier terreinen zullen van land tot land verschillen, afhankelijk van onder andere het inkomensniveau.

Effectievere benadering van duurzame ontwikkeling nodig

Zoals boven beschreven is het technisch in potentie mogelijk om de langetermijndoelen te halen. De cruciale opgave is om deze maatregelen ook werkelijk te implementeren. Het huidig beleid is niet genoeg en internationale onderhandelingen lijken slechts langzaam vooruitgang te boeken. Aanpassingen aan de huidige benadering kunnen bestaan uit een grotere aandacht voor het ontwikkelen van een betrouwbare langetemijnvisie, samen met het stimuleren van innovatie. Deze langetermijndoelen zouden ondersteund kunnen worden door stimuleringsmaatregelen. Een dergelijke benadering zou gebaseerd kunnen zijn op de volgende elementen:

  • Ontwikkel een gedeelde toekomstvisie voor 2050
  • Zorg er voor dat de regels van dagelijkse besluitvorming aangepast worden zodat fundamentele veranderingen worden gestimuleerd
  • Vergroot samenhang binnen de relevante besluitvorming
  • Hervorm beleidsvorming op internationaal niveau, via drie elkaar aanvullende strategieën.
Auteur(s)Detlef van Vuuren, Marcel Kok (eds), Stefan van der Esch, Michel Jeuken, Paul Lucas, Anne Gerdien Prins, Rob Alkemade, Maurits van den Berg, Frank Biermann (VU/IVM), Nicolien van der Grijp (VU/IVM), Henk Hilderink, Tom Kram, Claire Melamed (ODI), Philipp Pattberg (VU/IVM), Andrew Scott (ODI), Elke Stehfest, Bert de Vries, Dirk-Willem te Velde (ODI), Steve Wiggins (ODI)
Rapportnr.500062001
Publicatiedatum15-05-2012
ISBN978-90-78645-98-6
TaalEngels