Achtergronden bij de tussenevaluatie van de nota Duurzame gewasbescherming

15-01-2007 | Publicatie

De tussentijdse evaluatie van de nota Duurzame gewasbescherming is gebaseerd op onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), het RIKILT Instituut voor Voedselveiligheid en het Landbouw Economisch Instituut (LEI) naar respectievelijk de aspecten milieu, voedselveiligheid en economie. De achtergronddocumenten zijn toegankelijk via deze pagina.

Achtergronden bij de tussenevaluatie van de nota Duurzame gewasbescherming

Achtergrondrapport evaluatie milieudoelen

Het RIVM heeft in het kader van de evaluatie onderzocht of de de milieudoelen voor oppervlaktewater en voor drinkwaterwinning uit oppervlaktewater gehaald zijn. Hiervoor zijn modelberekeningen en meetgegevens van de concentraties in het oppervlaktewater gebruikt.

Driekwart van de berekende reductie van de milieubelasting is bereikt doordat telers hun bedrijfsvoering hebben aangepast, onder andere door emissiereducerende apparatuur te gebruiken en door stroken land langs het oppervlaktewater niet te betelen (zogenoemde teeltvrije zones). Deze maatregelen heeft de overheid opgelegd in het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Het resterende kwart van de reductie is gerealiseerd door veranderingen in het pakket toegelaten middelen voor gewasbescherming. In de periode 1998-2005 zijn 90 chemische gewasbeschermingsmiddelen van de markt verdwenen, ofwel doordat de overheid ze verbood ofwel doordat de industrie ze niet langer beschikbaar stelde. Tegelijkertijd heeft de industrie 39 nieuwe, minder milieubelastende middelen op de markt gebracht.

Uit metingen van de waterkwaliteit blijkt dat in de periode 2003-2004 op ongeveer de helft van de meetlocaties de ecologische waterkwaliteitsnorm (Maximaal Toelaatbaar Risico) werd overschreden. Het gaat daarbij om ongeveer 10% van de ruim 200 stoffen die telers mogen gebruiken voor gewasbescherming.

Foto: tractor verspreid bestrijdingsmiddel

Achtergrondrapport evaluatie doel voedselveiligheid

Het RIKILT Instituut voor Voedselveiligheid heeft in het kader van de evaluatie onderzoek gedaan naar het aspect voedselveiligheid.

Het percentage groente en fruit dat de residunormen overschrijdt, is afgenomen in de periode 2003-2005. De harmonisatie van residunormen in Europees verband heeft hiertoe bijgedragen, en in mindere mate ook het oplossen van knelpunten met gewasbescherming in gewassen die maar op een klein oppervlak worden geteeld en het afgeven van importtoleranties. De niveaus van gesommeerde blootstelling, waarbij effecten van meerdere gewasbeschermingsmiddelen zijn opgeteld, zijn eveneens uitgerekend en vergeleken in de tijd. Conclusies zijn hieruit nog niet te trekken omdat de onzekerheden groot zijn.

Achtergrondrapport evaluatie van de randvoorwaarde behoud van economisch perspectief

Het LEI heeft in het kader van de evaluatie onderzoek gedaan naar de sociaal-economische aspecten van het gewasbeschermingsbeleid.

Voor economie stelt de nota als doel behoud van economisch perspectief van de Nederlandse land- en tuinbouw. Het gewasbeschermingsbeleid heeft het economisch perspectief zowel in negatieve zin als in positieve zin beïnvloed. Door het beleid waren de kosten, waaronder ook gederfde inkomsten, voor de telers in 2005 één tot twee procent hoger dan in 1998. Deze kostenstijging is vooral veroorzaakt door de verplichte teeltvrije zones. De kosten van gewasbeschermingsmiddelen zijn nauwelijks toegenomen. Het vrijstellingenbeleid waarbij de minister van LNV vanaf 2003 toestemming gaf voor het gebruik van middelen (of toepassingen hiervan) die eerder niet beschikbaar waren, heeft positief bijgedragen aan het economisch perspectief. Uit het rapport van het RIVM blijkt dat de schade voor het milieu verwaarloosbaar is geweest omdat het vooral teelten met een kleine omvang betrof en extra maatregelen waren voorgeschreven om de schade te beperken.