Achtergronden: Regionale woningmarktgebieden

04-06-2008 | Publicatie

Wanneer maatregelen worden getroffen om de Nederlandse woningmarkt beter te laten functioneren, moet rekening worden gehouden met de regionale diversiteit van de woningmarkt: de problematiek is niet overal hetzelfde of even belangrijk. Er zijn bijvoorbeeld aanzienlijke verschillen in het percentage koopwoningen en het prijspeil van koopwoningen. Ook binnen de woningmarktgebieden bestaan grote verschillen, in het bijzonder tussen de grote kernen, overloopgemeenten en omliggende (plattelands)gemeenten. Dat is de conclusie van de achtergrondstudie 'Regionale woningmarktgebieden: verschillen en overeenkomsten'.

In Zeeuws-Vlaanderen is het aandeel eigenwoningbezit bijvoorbeeld hoog, in Amsterdam juist laag. Wat betreft de herkomst van bewoners neemt Almere een aparte positie in: in deze stad hebben niet-westerse allochtonen bijna even vaak een eigen woning als autochtonen, terwijl het aandeel eigenwoningbezit landelijk gezien bij autochtonen veel hoger is.

De netto woonuitgaven van eigenaren-bewoners variƫren eveneens over regio's: in de twee woningmarktgebieden in de Randstad (ROA+ en Haaglanden) zijn deze uitgaven hoger dan in de andere gebieden. Bij huurders daarentegen, is er vrijwel geen regionale variatie in de netto woonuitgaven. Wordt gekeken naar de woonuitgaven als aandeel van het inkomen, dan zijn er nauwelijks regionale verschillen, noch bij eigenaren-bewoners, noch bij huurders.

De serie 'achtergronden' wordt uitgegeven bij NAi Uitgevers te Rotterdam en zijn te bestellen via de boekhandel, telefonisch bij NAi Uitgevers (010 4401203) en via de website van het NAi.