Analyse van de impact van het Kyoto Protocol op de export inkomsten van OPEC landen en op de olie import mogelijkheden van niet Annex I landen

14-08-2000 | Publicatie

De landen van de Organisatie van Olie-exporterende landen (OPEC) blijven zich verzetten tegen de implementatie van het Kyoto Protocol. Onder verwijzing naar artikel 4.8 van UNFCCC meent de OPEC dat de reductiedoelstellingen zoals die zijn afgesproken zullen leiden tot een aanzienlijke daling van hun inkomsten uit olie-exporten, en dat de OPEC landen daardoor onredelijk worden getroffen door de maatregelen die zijn voorgesteld om mondiale klimaatverandering tegen te gaan.

Om de visie van de OPEC op zijn juiste waarde te kunnen beoordelen moet allereerst kwantitatief aangegeven worden hoe groot het te verwachten verlies aan exportinkomsten is voor de OPEC wanneer de afspraken in het Kyoto Protocol gerealiseerd worden. Dit verlies aan inkomsten moet gezien worden in de context van de economische situatie waarin de OPEC landen zich nu bevinden en die gekenmerkt wordt door een grote afhankelijkheid van olie export. Nadat de economische gevolgen voor OPEC beter inzichtelijk zijn gemaakt, kan nagedacht worden in hoeverre en op welke wijze tegemoet gekomen kan worden aan de bezwaren van de OPEC. Het uitgangspunt is dan om te komen tot een verkenning van de mogelijke vormen van samenwerking met de OPEC landen die optimaal bijdraagt aan de implementatie van het Kyoto Protocol. Dit is van bijzonder belang niet alleen voor het mondiale klimaat, maar ook voor de stabiliteit van de OPEC regio.

Het onderzoek wijst uit dat oplossingen in de sfeer van het verbeteren van de handelsvoorwaarden met de Annex 1 landen of betere mogelijkheden voor investeringen in de olielanden nog weinig soelaas bieden omdat er nog te veel barrières zijn. De belangrijkste aanbeveling is om tot een vorm van samenwerking te komen met de olieproducerende landen door middelen beschikbaar te maken via het Internationaal Monetair Fonds en de Wereld Bank voor het verstevigen van de macro-economische stabiliteit.

De middelen voor dit fonds kunnen gegenereerd worden door een belasting op olie te heffen in de Annex 1 landen of anderzijds middelen ter beschikking te stellen voor dit fonds. Dit fonds kan gebruikt worden voor betalingsbalans ondersteuning (IMF) of voor herstructurering van de olie economie (Wereld Bank). Beide organisaties zijn bedreven in het type problemen waar de OPEC landen in het verleden en in de toekomst mee te maken krijgen. 

Belangrijk is hierbij dat er proactief gehandeld wordt. Het vooruitzicht voor de OPEC landen is ook zonder klimaatbeleid niet al te rooskleurig wat betekent dat de flexibiliteit om daarbovenop ook nog een terugval in de vraag vanuit Annex 1 landen te kunnen opvangen gering is. Het wegnemen van het vooruitzicht van de expansie van de oliesector kunnen deze landen zich slechts moeilijk permitteren.

Voor de Annex-1 landen blijft echter de afhankelijkheid van olie-importen uit de OPEC landen van groot belang. Daar de olie niet alleen milieu en economische dimensies heeft, maar ook politieke, is het negeren van de problematiek geen verstandige optie. De grootste olievoorraden komen voor in de politiek instabiele regio's in het Midden-Oosten en Kaukasus/Rusland, Centraal Azië. Een vroegtijdige betrokkenheid bij het economisch welvaren van deze landen is dan ook, een 'must'.