Basiswaarden voor spoorelementen in het grondwater van Nederland; gegevens uit landelijke en provinciale meetnetten (LMG; PMG; LMB; sprengen Veluwe)

24-06-2003 | Publicatie

Basiswaarden voor het zoete grondwater zijn gedefinieerd als de concentraties van stoffen in het grondwater die uitsluitend zijn ontstaan uit natuurlijke neerslag in het huidige landschap. Metingen aan grondwater met reistijden van meer dan 50 jaar in de bodem van gebieden met een natuurlijke vegetatie uit de Landelijke- en Provinciale Meetnetten Grondwaterkwaliteit (LMG, PMG) en uit de sprengen van de Veluwe zijn bewerkt om basiswaarden te bepalen voor 50 anorganische spoorelementen.

De gegevens uit LMG en PMG waren onvoldoende consistent om ze in samenhang te beschouwen; de resultaten van PMG zijn niet gebruikt. Concentraties in natuurlijke neerslag kunnen uit de basiswaarden voor het grondwater worden afgeleid. Basiswaarden dienen in beschouwing genomen te worden bij de vaststelling van streef- en grenswaarden om ongewenste overschrijdingen te voorkomen.

De basiswaarden voor Cd, Cu en Ni zijn vrijwel gelijk aan de thans geldende streefwaarden, zodat overschrijdingen veel voorkomen. De basiswaarden maken het mogelijk om veranderingen in de samenstelling van het grondwater door menselijke invloed te bepalen. Uit een vergelijking van de concentraties in grondwater met lange (meer dan 50 jaar) en korte (minder dan 25 jaar) reistijd in de bodem blijkt dat menselijke invloeden aantoonbaar zijn.

Hoge concentraties van de metalen Al, Cd, Cu, Pb, Ni en Zn worden vooral als gevolg van verzuring gevonden in grondwater met korte reistijden onder natuurlijke vegetatie. Overschrijdingen van de streefwaarden zijn aanzienlijk in het zuidelijk zandgebied en iets minder groot in de overige. Andere stoffen hebben de hoogste concentraties in ondiep grondwater onder landbouw (bemesting). Recent in de bodem geinfiltreerd grondwater is bemonsterd in het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB). Uit deze gegevens volgt dat een toegenomen atmosferische depositie van Cd, Cu en Ni merkbaar is in het grondwater van natuurgebieden. De verschillen in de concentraties van veel spoorelementen zijn relatief gering voor ondiep grondwater onder diverse vormen van landbouw.