Beleidsadvies: Een ruimtelijke verkenning naar alternatieven voor de Hoeksche Waard

17-12-2007 | Publicatie

Moet er in de Hoeksche Waard een grootschalig, bovenregionaal bedrijventerrein worden aangelegd? Al twaalf jaar wordt over deze vraag gediscussieerd. De beoogde locatie in de Hoeksche Waard grenst immers aan een gebied dat is aangewezen als Nationaal Landschap. De meerderheid in de Tweede Kamer vond de nut en noodzaak van het bedrijventerrein niet voldoende bewezen en heeft het kabinet verzocht de locatie niet te ontwikkelen. Daarom vroegen de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en Economische Zaken (EZ) het Ruimtelijk planbureau (RPB) en het Centraal Planbureau (CPB) een onafhankelijk onderzoek te doen naar eventuele alternatieven voor het bedrijventerrein in de Hoeksche Waard.

Geschikte alternatieven voorhanden

Op 17 december hebben de ministers van VROM en EZ de resultaten van het onderzoek met een brief aan de Tweede Kamer gestuurd. In hun onderzoek hebben de planbureaus gezocht naar alternatieven in de nabijheid van de Rotterdamse haven (de regio's Groot-Rijnmond, Zuidoost-Zuid-Holland en West-Noord-Brabant), die een goede snelwegontsluiting hebben. Er is gezocht naar ruimte op geplande bedrijventerreinen die nog niet in een bestemmingsplan zijn vastgesteld (zogenaamde zachte plannen), naar ruimte die ontstaat door herstructurering van oude en verdichting van nieuwe bedrijventerreinen, en tot slot naar ruimte op mogelijke, nog te ontwerpen bedrijventerreinen. RPB en CPB constateren dat er inderdaad geschikte alternatieven voorhanden zijn voor voor het geplande bovenregionale bedrijventerrein in de Hoeksche Waard.