Zeespiegelstijging in IPCC rapport - Betekenis voor Nederland

02-02-2007 | Publicatie

Uit het zojuist verschenen IPCC rapport en de bevindingen van het KNMI blijkt dat zeespiegel deze eeuw voor de Nederlandse kust nog met maximaal 85 cm kan stijgen. Meer is niet uitgesloten vanwege de onzekerheden over het tempo van de afsmelting van de ijskappen van Groenland en West-Antarctica. Het Milieu- en Natuurplanbureau gaat in op de gevolgen van de zeespiegelstijging voor Nederland en wijst op risico’s voor de lange termijn.

IPCC rapport

Het IPCC klimaatpanel van de Verenigde Naties, heeft haar vierde rapport over de natuurwetenschappelijke basis van klimaatverandering uitgebracht. Aan het rapport hebben ruim 2500 wetenschappers uit meer dan 130 landen, waaronder Nederland, meegewerkt. Afgelopen week is in Parijs de samenvatting voor beleidsmakers (‘Summary for Policy Makers') voorgelegd aan de algemene vergadering van nationale afgevaardigden en goed bevonden.

Zeespiegelstijging

In de afgelopen eeuw is de zeespiegel ongeveer 17 centimeter gestegen. Het IPCC stelt dat bij een scenario met een relatief lage uitstoot van broeikasgassen deze eeuw een verdere stijging met 18 tot 38 cm is te verwachten. Volgen de emissies het hoogste scenario, dan zal deze stijging 26 tot 59 cm zijn. Deze schattingen bevatten de bijdrage van de uitzetting van het zeewater, het smelten van gletsjers en kleine ijskappen, en een geringe bijdrage van de grote ijskappen op Groenland en Antarctica. Zoals al gemeld in een opiniestuk van MNP en KNMI, zit hierin niet een mogelijke versnelling van de afsmelting van de ijskappen van Groenland en West-Antarctica. Het IPCC stelt dat wanneer de afkalving aan de randen van de Groenlandse en de West-Antarctische ijskap evenredig toeneemt met de wereld gemiddelde temperatuur, de zeespiegel deze eeuw met nog 10 tot 20 centimeter extra zal stijgen. Daarnaast wordt apart vermeld dat er een kans is dat de extra bijdrage van Groenland en Antarctica nog verder kan oplopen, maar een bovengrens geeft het IPCC rapport niet aan. De laatste jaren neemt bij beide ijskappen de afkalving aan de randen toe, maar - zoals het KNMI aangeeft - de processen die deze toename kunnen veroorzaken, ontbreken nog in de rekenmodellen waarmee de prognoses worden gemaakt. Wel zijn er reconstructies van het zeeniveau, o.a. op basis van de groei van koraalriffen, die uitwijzen dat sinds de laatste ijstijd de zeespiegel meerdere malen met 1 tot 1,5 m per eeuw is gestegen. Dat kan niet zonder meer naar het heden worden vertaald, maar een zeespiegelstijging van 1 meter tot 1,5 meter in 2100 is dus niet onmogelijk. Een grotere stijging dan 1,5 meter per eeuw lijkt zeer onwaarschijnlijk.

Bovenstaande, mondiaal gemiddelde IPCC getallen verschillen enigszins van de getallen zoals eerder uitgebracht door het KNMI in haar klimaatscenario’s van 2006, waarin wordt gesteld dat de zeespiegel voor de Nederlandse kust deze eeuw met 35 tot 85 cm kan stijgen. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat de zeespiegel in het noordoosten van de Atlantische Oceaan tot 10 cm meer kan stijgen dan het wereldgemiddelde. Zie voor verdere verklaringen de toelichting op de website van het KNMI.

Mogelijke gevolgen zeespiegelstijging voor Nederland

De IPCC conclusies en de KNMI scenario’s wijzen vooralsnog niet op grote risico’s op overstroming van Nederland door de zee. Bij een stijging van minder dan 1 meter per eeuw en een totale stijging van minder dan 5 meter op zeer lange termijn is met de huidige bekende technieken en ongeveer het huidige kostenniveau de zeebescherming op peil te houden. Maar de afvoermogelijkheden van de grote rivieren wordt dan wel problematisch. De hogere waterstanden en het wegvallen van het vrije verval vragen dijkverhogingen in het grootste deel van het rivierengebied. Bij een zeespiegelstijging van tegen de twee meter of meer moeten waarschijnlijk grote gemalen worden ingezet om het rivierwater nog te kunnen afvoeren. Daarnaast zal door de stijgende zee en de stijgende rivieren de grondwaterdruk sterk kunnen toenemen. Het is de verwachting dat bij een zeespiegelstijging van meer dan zo’n 2 meter de deklagen, die het grondwater nu tegenhouden, kunnen doorbreken. Omdat er nog weinig of geen systematisch onderzoek is gedaan, is het moeilijk te beoordelen wat de daadwerkelijke risico's zijn.

Omgaan met onzekerheden

Omdat versnelde afkalving van het ijs van Groenland en Antarctica niet in de rekenmodellen is opgenomen, meent het MNP dat het verstandig is een 'ergst denkbare' benadering in het achterhoofd te houden. Op grond van de huidige kennis, gecompleteerd met zeer recente publicaties (die niet meer door IPCC konden worden meegenomen) is in het ongunstigste geval een zeespiegelstijging van 1.5 meter in 2100 voor Nederland niet ondenkbaar. Het gaat om een (hele) kleine kans maar met grote gevolgen. De laaggelegen delen van Nederland lopen dus na 2100 toenemende risico’s. Maar vanwege de grote onzekerheden lijkt het niet nodig ons nú al voor te bereiden op die anderhalve meter. Het is in ieder geval verstandig rekening te houden met zo’n 85 cm in 2100 - al was het maar omdat na het jaar 2100 de zeespiegel verder zal stijgen.

De kennis over dit onderwerp is nog volop in ontwikkeling. Daarom moeten de wetenschappelijke ontwikkelingen nauwgezet worden gevolgd zodat het beleid tijdig kan worden aangepast. In het voorjaar komt het MNP met een studie waarin wordt aangegeven hoe met deze onzekere ontwikkelingen om te gaan.