De omgeving van infrastructuur. Beleving en waardering van de omgeving van de A12 en het spoortracé Den Haag-Arnhem.

11-11-2010 | Publicatie

De mate waarin mensen de omgeving van de infrastructuur waarderen, verschilt per gebruikersgroep. Bewoners, recreanten en treinreizigers zijn het meest tevreden met de omgeving van infrastructuur. Werkenden en automobilisten minder. De aanwezigheid van groen leidt bij alle groepen tot een hogere waardering. Het gaat daarbij niet zozeer om de hoeveelheid groen als wel om de kwaliteit van dit groen.

Deze studie gaat in op de aspecten die van invloed zijn op de waardering van de omgeving rond nationale snelwegen. Daarnaast is onderzocht welke sociale en fysieke kenmerken een rol spelen in de beoordeling en hoe de waardering verschilt tussen verschillende groepen burgers. Als onderzoeksgebied is het tracé van de A12 gekozen, omdat het ontwerp van deze snelweg en zijn omgeving integraal wordt aangepast. De omgeving van het tracé kent bovendien verschillende soorten landschappen: bos, weide, mozaïek (mix) en stedelijke landschappen.

Bosrijke gebieden meer gewaardeerd

Voor alle gebruikersgroepen geldt dat de aantrekkelijkheid van de omgeving in grote mate samenhangt met de aanwezigheid van bos. Dat blijkt uit de beoordeling van de verschillende regio's. Zo geven alle gebruikersgroepen de omgeving van de A12 in het westen van Nederland gemiddeld een lagere waardering dan die ten oosten van Utrecht. Stedelijke gebieden krijgen een lagere waardering dan de meer landelijke gebieden, en de waardering voor overgangsgebieden zit hier tussenin. Ook binnen de landelijke gebieden worden gebieden anders gewaardeerd. Zo krijgen de gebieden in een bosrijke omgeving een hogere waardering dan de gebieden in bijvoorbeeld het Groene Hart.

Hoe groener de beleving, hoe hoger de waardering

Niet alleen de aanwezigheid van bos, ook ‘ander groen’ draagt bij aan de waardering van de omgeving. Het is vooral de hoeveelheid ervaren groen in de omgeving, en niet de objectief gemeten hoeveelheid groen, die de verschillen verklaart in de mate waarin gebruikers de snelwegomgeving waarderen; dit geldt voor alle groepen. Groene geluidsschermen worden bijvoorbeeld aantrekkelijker gevonden dan andere geluidsschermen. Ook bedrijventerreinen die groen ogen, worden door automobilisten en de mensen die er werken aantrekkelijker gevonden dan minder groene bedrijventerreinen. Hetzelfde geldt voor de woonomgeving: hoe groener bewoners de omgeving ervaren, hoe aantrekkelijker zij deze vinden.

Kwaliteit van groen belangrijker dan hoeveelheid

Hieruit blijkt dat in het ruimtelijk beleid vooral aandacht moet zijn voor de kwaliteit van het groen. Vooral de strategische aanleg van groen, en niet zozeer de aanleg van extra groen, is van invloed op de mate waarin gebruikers de (omgeving van) infrastructuur als aantrekkelijk ervaren. Daarnaast spelen aspecten als zichtbaarheid en uitstraling een rol. Ook een goed ontwerp van gebouwen en gebieden en de aankleding van gebieden zijn van belang voor een hogere waardering van de snelwegomgeving.

Deze publicatie is uitsluitend digitaal beschikbaar.