Ecologische evaluatie regelingen voor natuurbeheer: Programma Beheer en Staatsbosbeheer 2000-2006

14-05-2007 | Publicatie

Het gaat beter met de natuur, behalve in het agrarisch gebied. Agrarisch natuurbeheer kan effectiever zijn voor landschapsbehoud als het zich sterker richt op nationale landschappen. Voor natuurbehoud kan de effectiviteit groter worden als agrarisch natuurbeheer plaatsvindt aan de randen van of in samenhang met natuurgebieden. De (inter)nationaal afgesproken en gewenste natuurkwaliteit lijkt alleen in natuurgebieden haalbaar. Maar dan dient naar grotere, samenhangende gebieden met een verbeterde milieukwaliteit gestreefd te worden. Het natuurbeheer zal ook aan effectiviteit winnen als de complexiteit van de regelingen verminderd wordt door harmonisatie.

Kwaliteit natuurgebieden is verbeterd, behalve in agrarisch gebied.

Sturing op locatie, vooral van agrarisch natuurbeheer, is onvoldoende

Veel beheerpakketten worden afgesloten op plaatsen waar dat ecologisch niet het meest effectief is. Dat komt door te weinig sturing. Provincies zouden strakker moeten regisseren en het agrarisch natuurbeheer concentreren en verzwaren in weidevogelgebieden, in bufferzones langs natuurgebieden of kiezen voor landschapsdoelen in nationale landschappen. Een actuele en realistische Natuurdoelenkaart kan als heldere referentie voor de afspraken met provincies en natuurbeheerders functioneren.

Output sturing kan beter

Natuurbeheerders worden afgerekend op het natuurresultaat, terwijl ze daar maar gedeeltelijk invloed op hebben. Ook moet iedere beheerder zelf monitoren ter verantwoording van de subsidie.

De verantwoordelijkheden voor het bereiken van de natuurresultaten zouden realistischer gedeeld kunnen worden. De provincies en het Rijk zouden gehouden kunnen worden aan afspraken over de te realiseren milieucondities en de beheerders aan de gewenste natuurkwaliteit. De monitoring voor verantwoording van de subsidies zou landelijk door een organisatie uitgevoerd kunnen worden, terwijl de beheerder zelf aanvullend monitort om zijn eigen beheer te optimaliseren.

Perspectieven voor particulier natuurbeheer zijn beperkt.

De ambitieuze beleidsdoelstelling om in 2018 ruim 42.000 ha nieuwe natuur met beheer door particulieren te realiseren op aan de landbouw ontrokken grond lijkt vooralsnog niet haalbaar. Ook dreigt dit particulier natuurbeheer een grotere versnippering van het natuurbeheer in de hand te werken. Dit lijkt vooral een probleem als het verhogen van de grondwaterstand in een groot gebied belangrijk is voor het bereiken van de gewenste natuurkwaliteit.

De overheid zou sterker ruimtelijk kunnen sturen en het te doorlopen traject bij functieverandering beter kunnen faciliteren, vooral de administratieve aspecten. Ook kan zij eisen dat beheerders geen bezwaar maken tegen ontwikkelingen in het gebied die de natuurkwaliteit positief beïnvloeden, zoals het verhogen van de grondwaterstand.

Verbetering van milieukwaliteit en gebiedsgrootte zijn essentieel voor de ecologische effectiviteit van natuurbeheer

Op meer dan de helft van het areaal van de natuurgebieden van Staatsbosbeheer en gebieden met subsidie van Programma Beheer (onder andere Natuurmonumenten) is de gewenste natuurkwaliteit nog niet gerealiseerd. Dat komt vooral door slechte milieukwaliteit of te kleine gebieden die geïsoleerd liggen ten opzichte van andere natuur.

Het is nu aan de provincies om met hulp van het Rijk het voortouw te nemen om de milieukwaliteit en de grootte van de natuurgebieden nog aanzienlijk verder te verbeteren.

Beleid is niet transparant door gebrek aan harmonisatie van doelen en monitoring

Doelen en monitoring verschillen tussen bijvoorbeeld Programma Beheer, Staatsbosbeheer, het Rijksnatuurdoel(typ)enbeleid en de Vogel- en Habitatrichtlijn. Met het halen van de beheerdoelen zijn de natuurdoelen nog niet gerealiseerd.

De provincies, die vanaf 2007 het Programma Beheer uitvoeren, zouden afspraken kunnen maken over harmonisatie van de regelingen en rapportages. Het Rijk heeft hier ook een rol omdat zij verantwoordelijk is voor de (inter)nationale biodiversiteit. Verder dient de monitoring beter aan te sluiten op de rijksnatuurdoelen.

Voor wie is dit evaluatierapport bestemd?

De doelgroep van dit evaluatierapport zijn de adviseurs en beleidsmedewerkers van het Ministerie van LNV, maar ook de terreinbeheerders en de provincies. Het lezen vergt enige achtergrondkennis van de context van het natuurbeleid.

Er is ook een beleidssamenvatting geschreven voor een brede doelgroep, bedoeld voor de regering, Tweede Kamer, gedeputeerden, en overige geïnteresseerden. Deze gaat speciaal in op de conclusies en beleidsopties.

De nog te verschijnen achtergrondrapporten zijn bedoeld voor de technisch wetenschappelijk geïnteresseerde lezer en ter borging van gebruikte gegevens en methoden.