Effect van broeikasgasemissies op stratosferische ozonaantasting

31-01-1997 | Publicatie

De aantasting van de ozonlaag wordt voornamelijk veroorzaakt door de toename in emissie van chloor- en broomhoudende verbindingen als CFK's, halonen, koolstoftetrachloride, methylchloroform en methylbromide. Emissies van broeikasgassen kunnen de aantasting van de ozonlaag beïnvloeden via atmosferische interacties. In deze studie hebben wij de interacties in de atmosfeer onderzocht tussen het broeikaseffect en de aantasting van de ozonlaag vanuit het oogpunt van emissies van antropogene stoffen in het verleden en in de toekomst: CFK's, halonen, CH4, N2O, NOx, CO en CO2

De toename in emissies van chloor- en broomhoudende verbindingen is verantwoordelijk voor een trend in ozon kolom van -5,8% per decennium op gematigde breedte van 1980 tot 1990. De toename in CH4 emissies vermindert deze ozontrend met +1,4% per decennium tot -4,4% per decennium, hetgeen goed overeenkomt met TOMS- en Dobsonmetingen.

De toename in N2O emissies heeft nauwelijks effect op deze ozontrend. De afname in temperatuur in de stratosfeer door een stijging van CO2 emissies vermindert de ozonafbraak eveneens, wat ook kan gebeuren door een toename in NOx emissies. Deze interacties kunnen het herstel van de ozonlaag in de komende decennia bespoedigen.

Door een toename in CH4 emissies volgens het IS92a scenario kunnen 1980 ozonniveaus in ongeveer 2060 bereikt worden vergeleken met 2080 als CH4 emissies niet toenemen. De temperatuurafname in de stratosfeer kan initieel het herstel van de ozonlaag met een aantal jaren versnellen. Hierbij wordt een mogelijke extra ozonafbraak door de vorming van polaire stratosferische wolken over grote delen van de aarde niet meegenomen.