Monitoring effectiveness of the EU Nitrates Directive Action Programmes

11-07-2005 | Publicatie

De Lidstaten van de Europese Unie hebben de wettelijke verplichting om de effectiviteit van hun EU-Nitraatrichtlijn Actieprogramma te monitoren. De Europese Unie beschrijft globaal de werkwijze die de lidstaten dienen te volgen, zodoende zijn er aanzienlijke verschillen tussen de landen. Tijdens een internationale workshop in Den Haag, mede georganiseerd door het RIVM en het MNP, zijn de werkwijzen van een achttal lidstaten met elkaar vergeleken. Dit rapport bevat de resultaten van deze workshop. Nederland blijkt bij de aanpak van de monitoring géén unieke positie in Europa in te nemen.

Lidstaten investeren op dit moment een aanzienlijke hoeveelheid tijd en geld in de monitornetwerken, waarbij verschillende lidstaten nog bezig zijn de netwerken uit te breiden. De grondwaterkwaliteit wordt niet alleen bepaald door de nitraatbelasting vanuit de landbouw, maar ook door omgevingsvariabelen, zoals klimaat en bodemtype. Vrijwel alle landen houden hiermee rekening tijdens het opzetten van het monitornetwerk. Een aantal landen heeft net als Nederland een netwerk, dat specifiek gericht is op het monitoren van de nitraatbelasting uit de wortelzone. In een aantal landen worden de gangbare grondwatermeetnetten gebruikt. De discussie over de toetsdiepte speelt op dit moment alleen in Denemarken en Nederland. Dit zijn tevens de landen die met de Europese Commissie discussies hebben gevoerd over een derogatie (afwijking van de regel dat maximaal 170 kg stikstof per hectare uit dierlijke mest gegeven mag worden).