Evaluatie van een IPCC-klimaatrapport: Een analyse van conclusies over de mogelijke regionale gevolgen van klimaatverandering

05-07-2010 | Publicatie

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft geen fouten gevonden die de hoofdconclusies van het wetenschappelijke VN-klimaatpanel IPCC uit 2007 over de mogelijke toekomstige gevolgen van klimaatverandering ondergraven. Wel is de onderbouwing van conclusies in sommige gevallen onvoldoende helder. Om onduidelijkheden en onzorgvuldigheden zo veel mogelijk te voorkomen moet het IPCC meer gaan investeren in de kwaliteitscontrole.

Hoofdconclusies VN-klimaatpanel over regionale gevolgen klimaatverandering overeind

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft, op verzoek van de minister van Milieu, de wetenschappelijke basis onderzocht van de belangrijkste conclusies die het IPCC in het Vierde Klimaatrapport van 2007 trekt ten aanzien van de mogelijke regionale gevolgen van klimaatverandering. Deze conclusies zijn over het algemeen goed onderbouwd en bevatten geen enkele significante fout. De bijdrage van Werkgroep II aan het Vierde Klimaatrapport bevat ruimschoots bewijs dat regionale gevolgen van klimaatverandering al worden waargenomen; de inschatting is dat deze gevolgen in de meeste delen van de wereld tot aanzienlijke risico’s kunnen leiden als de temperatuur verder stijgt.

In sommige gevallen had de onderbouwing van de conclusies echter transparanter behoren te zijn. Hoewel expertbeoordelingen essentieel zijn in wetenschappelijke assessments, beveelt het PBL aan om de transparantie van deze beoordelingen in toekomstige IPCC-rapporten te verbeteren.

Bovendien zijn de onderzochte conclusies in hoge mate een selectie van de belangrijkste negatieve gevolgen van klimaatverandering. Hoewel deze selectie voor het Vierde Klimaatrapport was goedgekeurd door de lidstaten van het IPCC, adviseert het PBL om in het Vijfde Klimaatrapport het volledige spectrum van regionale gevolgen met de bijbehorende onzekerheden in de samenvattingen te vermelden.

Om fouten en tekortkomingen zo veel mogelijk te voorkomen moet het IPCC meer gaan investeren in de kwaliteitscontrole.

De motie van de Tweede Kamer en de daaruit voortvloeiende opdracht aan het PBL

In januari 2010 kwam wereldwijd in het nieuws dat er twee fouten waren ontdekt in een onderdeel van het Vierde Klimaatrapport uit 2007 van het IPCC: een te hoge snelheid van het afsmelten van de gletsjers van de Himalaya en een te hoog percentage voor het deel van Nederland dat onder zeeniveau ligt. De commotie in de Nederlandse media en de daaropvolgende politieke discussie in Nederland leidden tot een motie in de Tweede Kamer die werd behandeld op 28 januari 2010. In de preambule van deze motie werd erop gewezen dat de betrouwbaarheid van het IPCC niet ter discussie zou mogen staan, maar dat die betrouwbaarheid nu in het geding was gekomen. In de motie werd voorgesteld dat het kabinet opdracht zou geven aan het PBL om een nieuwe update te maken van de stand van de klimaatwetenschap en daarbij de implicaties van deze fouten in het IPCC-rapport te betrekken.

Op basis van deze motie en het daaropvolgende debat in de Tweede Kamer besloot de toenmalige milieuminister Cramer de vraag aan het PBL te beperken tot een onderzoek naar de gevolgen van mogelijke fouten in de regionale hoofdstukken 12 Evaluatie van een IPCC-klimaatrapport van het rapport van IPCC-Werkgroep II over de gevolgen van klimaatverandering, met speciale aandacht voor de gletsjers van de Himalaya.

Toezicht KNAW

Een onafhankelijke commissie onder leiding van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) heeft toezicht gehouden op dit onderzoek

Meldpunt op internet

Het PBL heeft gedurende een maand een meldpunt op internet opengesteld om alle experts in Nederland de gelegenheid te geven om aan ons onderzoek bij te dragen. We hebben daarbij specifiek gevraagd om meldingen van mogelijke fouten in de regionale hoofdstukken van het rapport van Werkgroep II. Na een maand had PBL 40 meldingen binnengekregen, waarvan de meeste echter gingen over het rapport van Werkgroep I. Drie meldingen kwalificeerden zich voor opname in ons rapport.