Evaluatie van transities: Systeemoptie vloeibare biobrandstoffen

25-09-2006 | Publicatie

De transitie naar biomotorbrandstoffen heeft in Europa en recent ook in Nederland krachtige impulsen gekregen. Tal van activiteiten worden zichtbaar, veel bekende dan wel eenvoudige basistechnieken worden toegepast. Vanuit ecologisch perspectief kleven daaraan naast voordelen echter ook nadelen. Het Nederlandse beleid heeft de gezamenlijke visievorming en R&D goed ondersteund, maar is nog slechts in beperkte mate consistent langetermijnbeleid.

Natuur loopt risico door te snelle overgang naar biomotorbrandstoffen

Onder krachtige impulsen van de EU en de Nederlandse overheid komt een veranderingsproces naar biobrandstoffen voor transport op gang. De inzet van biomassa voor de productie van motorbrandstoffen draagt bij aan vermindering van broeikasgasemissies, maar vraagt ook landoppervlakte. Het minimaliseren van het landgebruik is gewenst om concurrentie met de natuur zoveel mogelijk te voorkomen. De inzet van allerlei reststromen waarvoor geen extra land nodig is verdient daarom de voorkeur, en daarnaast het gebruik van houtachtige gewassen met hoge opbrengsten. Voor verwerking daarvan wordt nieuwe technologie ontwikkeld. Nederland heeft daaraan goede bijdragen geleverd, maar de ontwikkeling kost tijd.

Voor een ingrijpend veranderingsproces is het belangrijk het systeem in beweging te krijgen, desnoods met de huidige al beschikbare technieken. De aangekondigde 5,75%-doelstelling in 2010 leidt tot nog meer inzet van de beschikbare, vanuit ecologisch perspectief minder gewenste technieken. Daarnaast zullen waarschijnlijk producten als rietsuikerethanol en palmolie worden geïmporteerd. Gezien het tempo waarmee de vraag wordt opgevoerd, levert dit risico’s voor aantasting van de natuur.

Meer informatie

Dit rapport is onderdeel van een serie voor de evaluatie van transitiemanagement, ofwel beleid dat gericht is op ingrijpende systeemverandering op de lange termijn (4e Nationale Milieubeleidspan).