Ex antetoets Startnotitie Randstad 2040

08-05-2008 | Publicatie

Bij het opstellen van een langetermijnvisie voor de Randstad dient het kabinet nadrukkelijk rekening te houden met onzekerheden over toekomstige ontwikkelingen. Bij de stedelijke opgaven (wonen, werken, infrastructuur) is deze onzekerheid veel groter dan bij opgaven op het terrein van natuur en water. Deze laatste, meer robuuste, opgaven zouden nu al kunnen worden aangevat, met ‘no regret’-maatregelen die effect hebben op de lange termijn. In het geval van de stedelijke opgaven is het zaak een flexibele planning te maken, waarbij nu al ruimte wordt gereserveerd terwijl de maatregelen pas volgen op het moment dat een bepaalde ontwikkeling zich ook daadwerkelijk gaat voordoen.

Langetermijnvisie Randstad behoeft aandacht voor onzekerheden

De Startnotitie Randstad 2040 lijkt vooral betrekking te hebben op lopende beleidsopgaven. Er worden relatief weinig nieuwe opgaven verkend die nu moeten worden opgepakt in relatie tot een langetermijnagenda. Dat laatste zou de ratio moeten zijn om nu een langetermijnvisie te ontwikkelen en is zeker nodig bij een mogelijke ambitie de Startnotitie te laten uitmonden in een structuurvisie. De Startnotitie is nu nog teveel gericht op de korte en middellange termijn.

Robuuste opgaven voor water en natuur

Voor een langetermijnagenda voor 2020-2040 zou het wenselijk zijn een onderscheid te maken tussen enerzijds ‘robuuste’ opgaven en maatregelen, dat wil zeggen opgaven en maatregelen die grosso modo voor elk scenario gelden, en anderzijds opgaven en maatregelen die gekenmerkt worden door een grote bandbreedte en onzekerheid. Aan de hand van de WLO-scenario’s toegespitst op de Randstad, kan worden vastgesteld dat de robuuste opgaven vooral liggen op het terrein van water en natuur. Bij de stedelijke opgaven (wonen, werken, infrastructuur) is de bandbreedte tussen de scenario’s veel groter, en daarmee de onzekerheid over de toekomst. In de laatste categorie is het de opgave een flexibele planning te maken, bijvoorbeeld door het maken van ruimtelijke reserveringen die pas worden gevolgd door maatregelen op het moment dat een ruimtelijke ontwikkeling zich ook daadwerkelijk gaat voordoen.

Overschatting mogelijkheden van ruimtelijke ordening

De opgaven voor de Randstad worden vooral gedefinieerd in termen van ruimtelijke ordening. Dit leidt tot een overschatting van de mogelijkheden van de ruimtelijke ordening en een onderschatting van beleid op gerelateerde terreinen. Zo ontbreken in de Startnotitie onder meer de woningmarkt, de arbeidsmarkt en het onderwijs, de agrarische sector (de greenports uitgezonderd) en de grote steden, in het bijzonder migratie en integratie. Met name van beleid op het gebied van de woningmarkt en de arbeidsmarkt kan een groot effect worden verwacht op de welvaartsgroei en de ruimtelijke ontwikkeling van de Randstad.

Aandacht nodig voor het regionale watersysteem

Met betrekking tot het thema ‘klimaatbestendigheid’ richt de Startnotitie zich vooral op de veiligheid tegen overstromen en het hoofdwatersysteem. Als de Randstadvisie voldoende wil anticiperen op de klimaatverandering, dan is ook aandacht nodig voor de aanpak van water overlast in het regionale watersysteem. Dat is goed te combineren met maatregelen tegen verdroging, toenemende zoute kwel en bodemdaling in veengebieden. Tevens vraagt de zoetwatervoorziening aandacht.

Ruimtevraag in onderlinge samenhang bezien

De ruimtevraag vanuit thema’s als ‘verstedelijkingsstrategie’, ‘bereikbaarheid in relatie met ruimtelijke ontwikkeling’ en ‘groen-blauwe structuur’ zou in onderlinge samenhang moeten worden bezien. Dat is van belang voor het identificeren van toekomstige ruimtelijke knelpunten.

Robuustheid doelen startnotitie

De robuustheid van de zeven thema’s uit de Startnotitie kan worden afgemeten aan de mate waarin de beleidsdoelen in de thema’s zijn verankerd. De Startnotitie vermeldt drie hoofddoelen:

  1. klimaatbestendige delta;
  2. bereikbaarheid en economische dynamiek;
  3. kwaliteit van leven door een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat. De eerste en tweede hoofddoelstelling zijn goed in de thema’s vertegenwoordigd.

De derde hoofddoelstelling is het minst verankerd in de Startnotitie. Daarvoor zou een sterkere koppeling tussen ruimtelijk beleid, woningmarkt en leefbaarheid wenselijk zijn.